Extra vragen en antwoorden infoavond betacel.jpg

Extra vragen en antwoorden na infoavond over onderzoek naar bètacellen

Op de type 1-infoavond over onderzoek naar 'de mysteries van de bètacel', met onder meer dr. Arnaud Zaldumbide, kwamen er veel vragen binnen. Tijdens de uitzending zijn daar al verschillende van besproken, maar hier vind je er nog meer beantwoord.

Op 7 april ging de type 1- infoavond van het Diabetes Fonds over onderzoek naar bètacellen, dat in het LUMC wordt gedaan onder leiding van dr. Arnaud Zaldumbide en dr. Françoise Carlotti. Bekijk hier het verslag van de presentatie inclusief de toen live beantwoorde vragen.

Over dit onderwerp hadden we nog uren kunnen doorpraten, zeker met de goede vragen die live binnenkwamen in de chat. Een aantal daarvan behandelen we hier alsnog kort. De technisch meest diepgravende vind je onderaan, met dank aan de onderzoekers die daar nog even de tijd voor hebben genomen!

Bètacellen en behoud ervan

Ontstaan er altijd nieuwe bètacellen, die dan weer aangevallen worden? Of komen er geen nieuwe bij, en is het zodra alle bètacellen stuk zijn ook gedaan met de afweerreactie?

Dat weten we allemaal nog niet precies. Het is wel duidelijk dat het afweersysteem een erg goed geheugen heeft, en een eenmaal aangeleerde reactie niet zomaar vergeet. Eventuele nieuw ontstane bètacellen – want dat gebeurt soms wel degelijk, blijkt uit onderzoek – overleven vooralsnog niet. Maar er liggen dus wel kansen voor de toekomst.

Kun je bij levende mensen onderzoeken hoeveel actieve bètacellen ze nog hebben?

Nee, dat kan nu nog niet. Een punctie uitvoeren is te gevaarlijk met een alvleesklier, omdat het een heel kwetsbaar orgaan is. Daarom is het zo belangrijk dat de cellen zichtbaar gemaakt kunnen worden van buitenaf, daar wordt hard aan gewerkt.

Is het mogelijk dat de bètacellen bij de ene mens met type 1 anders afwijkt dan in een ander lichaam, zodat je naar therapie op maat moet?

Ja, het zal zeker therapie op maat worden denkt ook prof. Bart Roep, al weten we nog niet precies wat die verschillen allemaal zijn en waar die precies zitten. Het hangt in ieder geval samen met ieders unieke genetische profiel.

De honeymoonfase is bij iedereen anders. Zegt dat iets over functioneren en behoud van bètacellen daarna?

Helaas is dat nog niet bekend; het zou mooi zijn als daar iets over te zeggen was maar het lijkt niet heel consequent te voorspellen.

Doen jullie ook onderzoek bij kinderen? Zit daar nog verschil in?

Momenteel is er geen direct lichamelijk onderzoek naar cellen met kinderen. Wel worden kinderen indirect meegenomen in allerlei onderzoek dat kijkt naar het verloop van diabetes bij mensen in de loop van de jaren. Over de verschillen is nog niets met zekerheid bekend.

Auto-immuniteit, ontstaan van diabetes type 1 en andere ziekten

Is er bij LADA sprake van dezelfde ontwikkeling van auto-immuniteit?

Er zijn nog veel onzekerheden over hoe LADA precies in elkaar zit of ontstaat. Er is mogelijk wel verschil in het precieze soort afweerreactie, die wellicht samenhangt met genetische verschillen. Daardoor lijkt LADA dan in de praktijk ofwel meer op type 1, of meer op type 2. Daar gebeurt nog steeds onderzoek naar.

Is het mogelijk om een vaccin te ontwikkelen zodat het immuunsysteem niet meer reageert op eiwit dat de gestreste bètacel produceert?

Daar wordt aan gewerkt, hoewel niet specifiek op basis van dit eiwit, maar op een iets andere manier zoals deze celtherapie van het team van prof. Bart Roep, die moet werken als een soort vaccin. Het team van Zaldumbide bekijkt in het onderzoek op zich naar allerlei opties rond het voorkomen en rechtbreien van de celstress, inclusief het verkeerde eiwit.

Is er een relatie tussen het ontstaan van diabetes type 1 en andere aandoeningen zoals van schildklier of darmen, of met virussen zoals Epstein Barr (Pfeiffer) of andere auto-immuunziekten?

Er is waarschijnlijk geen direct oorzakelijk verband, al speelt het microbioom in de darmen (darmflora) wellicht wel een rol bij het ontstaan van diabetes type 1. Wel komen aandoeningen waarbij ook een afweerreactie speelt vaak samen voor met diabetes type 1. En is aangetoond dat bepaalde factoren zoals virussen kunnen werken als trigger.

Kan insulineresistentie ook een gevolg zijn van een foute productie door de bètacel?

Nee, het verkeerde eiwit dat de bètacel maakt, triggert voor zover we nu weten alleen het afweersysteem. Bij insulineresistentie gaat het om ongevoeligheid voor insuline, bijvoorbeeld in de spieren en organen zoals de lever, en daar staat het verkeerde eiwit los van.

Algemene vragen

Kan ik als patiënt meehelpen aan deze beide onderzoeken?

Nee, op dit moment zijn er geen proefpersonen nodig. Op deze pagina hier op diabetestype1.nl vind je oproepen voor onderzoeksdeelnemers als die er zijn.

Werkt de alfacel bij alle mensen met diabetes type 1 niet of minder dan bij gezonde mensen?

Niet alleen de bètacel, maar ook de alfacel heeft nog veel geheimen: het is nog niet eens precies bekend hoe alfacellen werken bij mensen zonder diabetes. Het is wel duidelijk dat de alfacellen in samenspraak met onder andere de bètacellen de afgifte van glucagon regelen. Hoe het bij diabetes type 1 per persoon precies uitpakt voor de werking van de alfacellen, en de relatie tot eventueel resterende bètacellen, weten we dus nog niet.

Bepaalde vormen van diabetes, zoals bijvoorbeeld brittle diabetes, heeft dat ook te maken met de cellen/genen?

Waarschijnlijk wel, maar we weten er nog weinig vanaf. Daarom gebeurt er onderzoek zoals dit in Nederland van onder meer dr. Henk-Jan Aanstoot, om meer inzicht in te krijgen in de mogelijke verschillende subtypen van diabetes type 1, en hoe de behandeling daarvan het beste kan gebeuren.

Is het handig om nu al stamcellen te sparen voor als ze misschien ooit ingezet kunnen worden? Bijvoorbeeld laten invriezen vanuit navelstrengbloed?

Er zijn verschillende soorten stamcellen. De stamcellen die we kennen uit navelstrengbloed, kunnen inderdaad worden opgeslagen na de geboorte. Maar er zijn maar heel beperkte mogelijkheden om iets met deze cellen te doen, zeker met betrekking tot het omzetten naar insulineproducerende bètacellen. 

Het beste soort stamcellen om bètacellen te maken, zijn de (induced) pluripotent stem cells. Dat zijn cellen die eerst al iets anders waren, bijvoorbeeld huidcellen, maar die in het lab zijn terug-gevormd naar een eerder ontwikkelingsstadium. Vanuit daar kunnen ze zich opnieuw specialiseren (‘differentiëren’) tot een ander celtype, zoals bètacellen. Het LUMC is actief betrokken bij de klinische ontwikkeling en toepassing van deze nieuwe optie voor celtherapie. (Lees meer over geïnduceerde pluripotente stamcellen op de site van NEMO Kennislink.)

Onderzoek naar het BCG-vaccin tegen diabetes type 1: zijn jullie hiervan op de hoogte en gebeurt dat ook in Nederland?

De onderzoekers volgen het onderzoek naar toepassing van het BCG-vaccin (tegen tuberculose) nauwlettend. Het wordt momenteel niet in Nederland onderzocht.

Technisch diepgaander vragen

Heeft een bètacel naast Glut-1 transporters ook Glut-2 transporters?

Het overgrote deel van de glucosetransporters in menselijke bètacellen is van het type GLUT1 transporter. GLUT2 is voornamelijk te vinden in bètacellen van muizen en ratten.

Het DNA in alfa, bèta- en deltacellen is mijns inziens precies gelijk. De expressie van de genen is verschillend, een gen staat aan of uit. Klopt dit?

Ja, dat klopt. Sterker nog, elk celtype (op voortplantingscellen na) in ons lichaam bevat hetzelfde DNA (dat dan weer verschilt van het DNA van je buurman). Elk van die celtypes heeft vervolgens een specifieke signatuur, een unieke combinatie van genen die ‘aan’ of ‘uit’ staan. 

Actieve genen zorgen er vervolgens voor dat er RNA-moleculen worden gemaakt (dit proces heet transcriptie), die de informatie bevatten om de overeenkomstige eiwitten te maken (dit proces heet translatie). Deze eiwitten zorgen er uiteindelijk voor dat een cel zijn toegewezen functie kan uitvoeren.

Welke genen veranderen van expressie na blootstelling aan stress? Met welke celfuncties hangt dit samen?

Hoewel elk celtype zijn eigen signatuur heeft, kunnen ook binnen één celtype verschillende genen aan staan die betrokken zijn bij ontwikkeling, functie en activiteit. De onderzoekers werken momenteel met single-cell transcriptomics, wat een hele specifieke analyse is van genen per één cel. Dit helpt hen met het onderzoek naar subgroepen van bètacellen die gevoeliger zijn voor stress dan andere bètacellen. 

Als een reactie op deze stress, zal een cel zich proberen aan te passen om te blijven functioneren. Verscheidene genen zijn betrokken bij het herstel van cellulaire homeostase, waardoor de cellulaire stress kan worden opgelost. Echter, te hoge stress kan uiteindelijk leiden tot celdood. De upregulatie van deze genen is iets wat ze kunnen meten, en dit is één van de indicatoren die ze gebruiken om stress in de bètacel te kunnen bepalen.

Bètacel-senescentie kan ook autoimmuniteit oproepen, blijkt uit recent onderzoek in het buitenland. Wat zijn jullie gedachten daarover?

Inderdaad, senescentie wil zeggen: de cellen komen door celstress in een andere toestand en zenden SOS-signalen uit die afweercellen aantrekken. Zaldumbide volgt dit onderzoek zeker nauwlettend, want de resultaten zijn interessant.

Is het maken van organoïden met kenmerken van eilandjes of bètacellen uit stamcellen een therapeutische optie?

Vooralsnog zijn de organoïden te beperkt in omvang om te kunnen gebruiken als therapie. Hun belangrijkste functie is momenteel dat ze dienen als model voor onderzoek, daar werkt prof. de Koning en zijn team aan in het LUMC en het Hubrecht Instituut. De 'mini-orgaantjes' leren hen veel over hoe ze nieuwe cellen het beste kunnen maken en vermenigvuldigen.

Zou het mogelijk zijn om met hele kleine antilichamen (VHH) de abnormale bètacellen te herkennen? En op die manier eerder de bètacellen te herkennen die later 'verdwijnen'.

Ja, in principe kunnen VHH lama-antilichamen een interessant stuk gereedschap vormen om bètacellen te monitoren. (Op de site van NEMO Kennislink vind je uitleg over deze lama-antilichamen.) Op dit moment is de uitdaging om moleculaire doelwitten te vinden (die worden uitgedrukt aan de oppervlakte van de bètacel) die herkend kunnen worden door een antilichaam of een andere detectiemethode. 

Het bestuderen van moleculaire mechanismen en het vinden van dit soort biomarkers is waar de onderzoeken in het LUMC zich op focussen. In de toekomst kunnen deze hele kleine antilichamen een nuttig middel worden in diabetesonderzoek, maar het vinden van één of meer markers en deze markers valideren is de eerste stap.

--

Dit was een grote greep uit de meer dan 150 vragen die zijn binnengekomen. We konden ze niet allemaal behandelen, maar mocht je nog een dringende vraag houden, stel die dan onder dit artikel! We zien je graag terug bij een van onze volgende bijeenkomsten over type 1-onderzoek. We kondigen ze aan op deze site.

Op de hoogte blijven?

Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn.


Vragen naar aanleiding van dit artikel (2)


Tijdens het webinar werd ook gezegd dat je je lichaam ter beschikking van de wetenschap kunt stellen (en dat je dat moet aangeven naast donorschap). Is het ook nuttig dat mensen met type 1 hun lichaam (of alleen alvleesklier) ter beschikking stellen?

Beste MDA,

Goede vraag!

Het is zeker van belang voor wetenschappelijk onderzoek dat ook mensen met diabetes type 1 hun lichaam (of alvleesklier) ter beschikking stellen. Meer informatie daarover kun je terugvinden in dit verslag.

Groeten Jasmijn

Vraag gesteld door: MDA
Beantwoord door de DiabetesType1 redactie op: 26 mei 2021 om 14:36

Onderzoek naar het BCG-vaccin tegen diabetes type 1: zijn jullie hiervan op de hoogte en gebeurt dat ook in Nederland? De onderzoekers volgen het onderzoek naar toepassing van het BCG-vaccin (tegen tuberculose) nauwlettend. Het wordt momenteel niet in Nederland onderzocht. Ik begrijp dit antwoord niet helemaal want ik doe mee aan een BCG onderzoek vanuit het AMC. In dit onderzoek wordt de werkzaamheid van het BCG vaccin onderzocht en dan specifiek gericht op het coronavirus. Misschien is dit een andere vraagstelling dat eerder bedoeld wordt?

Beste PMK,

Dankjewel voor je vraag.

Dat klopt! Het Amsterdam UMC onderzoekt of BCG-vaccinatie kan worden ingezet om luchtweginfecties te verminderen bij een coronabesmetting. Maar het Amsterdam UMC kijkt niet of het BCG-vaccin werkt tegen diabetes type 1. BCG-vaccinatie onderzoek specifiek gericht op het tegengaan van diabetes type 1 gebeurt namelijk niet in Nederland.

Ik hoop dat het zo wat duidelijker is!

Groeten Jasmijn

Vraag gesteld door: PMK
Beantwoord door de DiabetesType1 redactie op: 26 mei 2021 om 14:33

Stel een vraag

Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde onderzoeksartikelen

genezing diabetes type 1.jpg
07 juni 2018

Waar staan we in onderzoek naar de genezing van diabetes type 1?

BCG vaccin om diabetes type 1 te remmen.jpg
19 juli 2018

Het BCG-vaccin om diabetes type 1 te remmen: hoe zit dat?

Infoavond Diabetes Fonds alle sprekers v web.jpg
09 april 2021

Raadsels rond de bètacel – onderzoekers vertellen over hun speurtocht naar antwoorden