Proinsuline zegt wat over betacellen.jpg

Proinsuline bewijst werking bètacellen

Mensen die al een paar jaar diabetes type 1 hebben, maken bijna allemaal nog proinsuline aan, ontdekten wetenschappers. De test voor proinsuline voorspelt nauwkeuriger dan de eerdere methode (C-peptide meten) of de overgebleven bètacellen nog werken.

Lange tijd was het idee dat de afweer alle bètacellen vernietigt bij diabetes type 1. Maar de afgelopen jaren is al gebleken dat bètacellen ook kunnen ‘slapen’. Ze zijn er vaak nog wel in kleine aantallen, maar ze produceren amper nog insuline. Amerikaanse onderzoekers vonden nu dat deze slapende cellen nog proinsuline kunnen maken. Zij publiceerden hun onderzoek in het vakblad Diabetes Care.

C-peptide en insuline 

Om iets te kunnen zeggen over de aanmaak van insuline wordt vaak (het stofje) C-peptide gemeten. C-peptide wordt samen met insuline gemaakt. Dit gebeurt doordat proinsuline in bètacellen zich splitst in C-peptide en insuline.

C-peptide meten

Door te meten hoeveel C-peptide mensen met diabetes type 1 hebben, kun je iets zeggen over hoeveel insuline nog wordt gemaakt. En dus of er nog werkende bètacellen zijn. Na 5 jaar heeft 11% van de mensen met diabetes type 1 nog meetbare C-peptide. De rest heeft nauwelijks C-peptide meer over. Doen de bètacellen dan helemaal niets meer? Dat betwijfelen onderzoekers steeds meer. 

Proinsuline hoopt zich op …

Het idee is nu dat proinsuline nog beter voorspelt of de bètacellen ten minste een poging doen om insuline te produceren. In reactie op een maaltijd maken mensen die net diabetes hebben veel proinsuline. De laatste stap in het proces ontbreekt dan: het splitsen van proinsuline in insuline en C-peptide. De proinsuline gaat zich dan ophopen. 

… ook bij wie lang diabetes heeft

Na een maaltijd schiet de proinsuline omhoog bij 96% van de 319 onderzochte mensen met diabetes type 1. Terwijl bij 90% van hen nauwelijks meer C-peptide te meten valt. Hoe langer de diabetes duurt, hoe minder C-peptide wordt gemeten. Dit betekent dus dat er geen insuline meer wordt gemaakt, maar dat de bètacellen nog wel proinsuline maken. 

Behandeling met eigen bètacellen?

Wetenschappers vinden steeds meer bewijs dat de bètacellen niet helemaal ‘kapot gaan’ bij diabetes type 1. Dat biedt hoop om uiteindelijk de eigen bètacellen weer aan de praat te krijgen zodat ze weer insuline maken. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat ook de afweerreactie tegen de bètacellen tot rust gebracht wordt. Anders ligt de productie binnen de kortste keren weer stil.

Mensen die al lang diabetes hebben, maken geen insuline meer, maar nog wel proinsuline. Dat betekent dat er nog bètacellen zijn en dat deze cellen nog steeds proberen om insuline te maken. Maar de cellen kunnen de laatste stap om insuline te maken niet zetten. De volgende vraag om te beantwoorden in verder onderzoek: hoe zorg je ervoor dat ze die stap wel maken?

Op de hoogte blijven?

Ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


Vragen naar aanleiding van dit artikel (0)


Stel een vraag

Gesprekken over dit artikel (1)


Pro insuline

Thema: Genezing
laaste update: ongeveer 2 maanden geleden

Start gesprek

Gerelateerde onderzoeksartikelen

Bloedstamcellen missen eiwit bij diabetes type 1.jpg
25 januari 2019

Bloedstamcellen mogelijke rol bij ontstaan en toekomstige behandeling diabetes type 1

GAD65 als vaccin om diabetes type 1 te remmen.jpg
18 december 2018

GAD65 als ‘vaccin’ om diabetes type 1 te remmen?

diabetesonderzoekers.jpg
29 maart 2018

Nederlandse diabetes type 1-onderzoekers