Verschillen bij diabetes type 1 vragen om persoonlijke behandelingen

Redactie van diabetestype1.nl • 16 October 2018
Toe naar behandelingen op maat.jpg

Het is steeds duidelijker dat er verschillende vormen van diabetes type 1 zijn. Een recent onderzoek laat belangrijke verschillen zien tussen kinderen die net auto-immuniteit hebben en kinderen die dit al langer hebben. Deze kennis helpt om in de toekomst behandelingen op maat te ontwikkelen.

Bij diabetes type 1 valt de afweer de eigen insulineproducerende bètacellen aan. Diabetes type 1 is daarom een auto-immuunziekte (‘autos’ betekent ‘zelf’ in het Grieks). Voordat iemand diabetes type 1 krijgt, is de auto-immuniteit al een tijdje bezig. Bij sommige mensen begint het kort van tevoren, bij andere duurt het jaren.

Kort of lang voorstadium

De Duitse onderzoeker Carolin Daniel vergeleek afweercellen van kinderen met auto-immuniteit die kort geleden begonnen was of al langere tijd duurde. De kinderen hadden nog geen diabetes.

In haar onderzoek zag Daniel een verschil in de T-cellen, een type afweercellen. Beide groepen reageerden namelijk anders op bepaalde ‘schakelaars’ van genen die de werking van T-cellen sturen. Deze zogeheten microRNA’s zetten bepaalde genen aan of uit. Zo kunnen ze afweercellen stimuleren of juist remmen.

Verschillende reactie

Bij kinderen die pas kort een afweerreactie hadden, zagen de onderzoekers dat microRNA 181A de afweer stimuleert. Hierdoor ontstaan meer aanvallende T-cellen die de eigen bètacellen aanvallen, waardoor auto-immuniteit verergert.

Dit was anders bij kinderen die al langer een afweerreactie hadden. Bij hen speelde MicroRNA 181A geen duidelijke rol, want hij was net zo laag als bij kinderen zonder auto-immuniteit.

Auto-immuniteit remmen

De conclusie van Daniel zou betekenen dat auto-immuniteit afneemt als je microRNA 181A remt. Bij muizen zag zij inderdaad dat een remmer van microRNA 181A de auto-immuniteit verminderde. Of dit ook werkt bij mensen, moet nog worden onderzocht. Daarnaast is het belangrijk om metingen bij dezelfde mensen op verschillende tijdstippen te doen. Zo is te zien hoe de auto-immuniteit zich ontwikkelt.

Belang voor Nederlands onderzoek

De resultaten uit het Duitse onderzoek kunnen ook bijdragen aan het werk van Nederlandse onderzoekers, zoals Bart Roep van het LUMC. Hij brengt in kaart welke genen betrokken zijn bij afweerreacties tegen bètacellen. En hoe deze genetische ‘streepjescode’ verschilt tussen mensen met diabetes type 1. De behandeling kan dan afgesteld worden op de betrokken genen bij een persoon.

Biobank

Henk-Jan Aanstoot van Diabeter werkt samen met het UMC Groningen aan een biobank. Hierin verzamelen zij allerlei informatie en lichaamsmateriaal van mensen met diabetes type 1. Zij kijken ook naar microRNA. Met alle gegevens uit de biobank zijn straks meer verschillende subgroepen bij diabetes type 1 te onderscheiden. 

Het nieuwe onderzoek van Daniel geeft meer inzicht in de verschillen tussen mensen met diabetes type 1. Er zal nog aardig wat onderzoek en tijd overheen gaan, maar uiteindelijk helpt dit bij de ontwikkeling van behandelingen op maat. 

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!