Diabetes en het tienerbrein.jpg

Diabetes en het puberbrein

Kunnen pubers met diabetes type 1 helemaal zelfstandig voor hun diabetes zorgen? Dat blijkt af te hangen van de ontwikkeling van hun brein. Maartje de Wit deed er onderzoek naar.

Maartje de Wit, senior onderzoeker medische psychologie aan het VUmc, is nauw betrokken bij het DINO-onderzoek. Wat is dat? 

'DINO staat voor Diabetes IN Ontwikkeling. Wij onderzoeken de biologische, psychologische en cognitieve ontwikkelingen van kinderen met T1D. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar hoe kinderen met diabetes zich ontwikkelen. We hebben nu gekeken de naar cognitieve ontwikkeling bij kinderen van 8 tot 18 jaar, dus naar de ontwikkeling van hun brein.'

Wat was de aanleiding om dit onderzoek te starten?

'We weten: als het met je diabetes goed gaat tijdens de puberteit kan dit voorspellend zijn voor hoe het in de rest van je leven zal gaan. Loopt het tijdens de puberteit mis, dan kun je daar de rest van je leven last van hebben en andersom. We willen weten waar we kunnen ingrijpen als het niet goed gaat.'

Wat zijn de uitkomsten van het onderzoek?

'Kinderen waarbij de ontwikkeling van het brein nog niet optimaal is én die de hele diabeteszorg zelf moeten doen, blijken een slechter HbA1c te hebben. Bij kinderen die in dezelfde ontwikkelingsfase zitten maar waarbij de ouders meehelpen, zien we die verslechtering niet. Onze conclusie is dus: betrokkenheid van ouders bij de diabeteszorg blijft dus belangrijk, óók in de puberteit.'

Hoe ontwikkelt het brein van pubers zich?

'Dat gaat van simpel naar complex. Als je naar diabetes kijkt, kunnen ze de eenvoudige handelingen als prikken en insuline toedienen het eerst. Daarna komt bijvoorbeeld het uitrekenen van de hoeveelheid koolhydraten. Maar wanneer het gaat om planning op de lange termijn, om dingen onthouden, vooruitkijken, multitasken, problemen oplossen, dan wordt het lastiger. Dan blijkt het niveau van executief functioneren bepalend te zijn.'

Executief functioneren, wat is dat?

'We hebben het dan over de hogere functies van het brein. Abstract denken, plannen, impulsen beheersen, je aandacht ergens lang bijhouden, informatie verwerken in moeilijke situaties. En dat zijn nou precies dingen die je nodig hebt om voor je diabetes te kunnen zorgen. Aangezien die gebieden in de hersenen in de puberteit nog volop in ontwikkeling zijn, kunnen we niet van pubers verwachten dat ze het altijd helemaal zelf (en goed) kunnen doen.'

Hoe weet je of het brein van je puber al ver genoeg ontwikkeld is om die zelfzorg aan te kunnen?

'Het brein ontwikkelt zich geleidelijk tot een jaar of 25. Waar je kind precies zit, is lastig te zeggen. De hersenontwikkeling gaat namelijk niet in een vloeiende lijn maar met horten en stoten. Wat vandaag lukt, kan volgende week opeens te veel gevraagd zijn. Ook wanneer er veel dingen tegelijk gebeuren in je leven – en dat is bij pubers vaak het geval – val je vaak een stapje terug.'

De middelbare school lijkt een logisch moment om de zorg grotendeels over te dragen aan je kind, maar is dat wel handig?

'Gaat je kind naar de brugklas, dan móet je wel loslaten. Ze zijn gewoon minder in beeld, vaker van huis weg. Maar het is belangrijk dat je wél betrokken blijft. Ga in gesprek: wat lukt al en wat niet? Waar heeft je kind hulp bij nodig? Er verandert veel op de middelbare school en het is fijn als je als ouders mee blijft denken.'

Bemoeienis van ouders geeft dus betere resultaten op het HbA1c, maar loop je niet de kans dat pubers zich juist gaan afzetten als ze zich betutteld voelen? Met een slechter HbA1c als resultaat?

'Ja, dat risico zit erin. In de puberteit is er altijd dat spanningsveld: pubers willen zich losmaken van hun ouders. Je moet dus zoeken naar een manier die voor allebei werkt. Wat kan helpen is samen goede afspraken maken. Hoe gaan we het doen? Wat werkt voor jou? Wat kan ik vragen en wat niet? En op welk moment? Zo heeft je kind het idee: ik heb er wat over te zeggen en ik heb ermee ingestemd.'

En dan: toch maar loslaten en kijken hoe het gaat?

'Inderdaad. En je zult misschien heel erg op je handen moeten zitten als je ziet dat het mis loopt. In plaats van er dan direct bovenop te springen, kun je beter op een rustig moment evalueren. Hoe komt het dat je kind zoveel hypo’s of hypers had? Hoe gaan we dat samen anders aanpakken? Geef je kind de regie maar laat vooral ook weten: je kunt bij mij terecht.'

Wat moet je vooral níet doen als ouder?

'Oordelen of beschuldigend zijn. Boos worden over slechte bloedsuikers heeft geen zin. Ik weet: het komt vaak voort uit bezorgdheid, dat is ontzettend logisch. Maar je kind voelt dat niet zo, die voelt zich persoonlijk aangevallen. Meestal doen ze echt wel hun best en is het even niet gelukt. Daar komt toch die ontwikkeling weer om de hoek kijken: ze vergeten het niet bewust maar hun brein is nog niet voldoende ontwikkeld. Kijk gewoon: wat gaan we eraan doen.'

Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Maar bereikt het brein uiteindelijk wel hetzelfde niveau van functioneren?

'De meerderheid van de kinderen volgt gewoon een normale ontwikkeling. Maar er zijn altijd kinderen die iets achterblijven en die blijven het dus lastiger houden. Vaak is dat gerelateerd aan het IQ of het schoolniveau. Als ze moeilijk meekomen zal de diabeteszelfzorg vaak ook lastiger blijven. Daarnaast heb je ook te maken met het karakter: sommige trekken zullen je in de weg zitten en anderen zijn juist behulpzaam. Diabetes vergroot het allemaal beetje uit.'

Welke tip heb je nog voor ouders van pubers met diabetes?

'Blijf vooral in gesprek met elkaar. Probeer samen het loslaten vorm te geven. Blijf je realiseren dat het een ingewikkelde ziekte is, dat het niet vanzelf gaat en dat er van kinderen met diabetes meer wordt gevraagd. Ook al lijken ze al zo groot, jouw betrokkenheid is nog steeds belangrijk! Als het lukt om erover in gesprek te blijven, dan kun je het verst komen.'

Tip: Loes Heijmans interviewde Maartje de Wit voor Diabetes TV. Bekijk haar vlog 'Diabetes in ontwikkeling!

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


Vragen naar aanleiding van dit artikel (1)


Op zich ben ik niet zo verrast dat die delen van de hersen die verantwoordelijk zijn voor de zelfsturing (de prefrontale cortex) in het puber- en adolescentenbrein bij vele jongeren nog niet in die mate ontwikkelt zijn om een optimale regulatie van de diabetes te krijgen (o.a. refererend aan Eveline Crone’s boek ‘Het Puberende Brein’). Waar ik meer geïnteresseerd in ben om welk onderzoek* het gaat dat laat zien dat een sterke deregulatie in de puberteit langdurige effecten heeft op je diabetesregulatie later in het leven? Heeft dit te maken met het tot ontwikkeling komen van een hormoonhuishouding in die periode waar je in je latere leeftijd dan op voortborduurt? Overigens heb ik het filmpje met het interview met Maartje de Wit van het VUMC bekeken, maar daar kon ik dit antwoord helaas niet vonden… * Ik refereer aan de zin: “'We weten: als het met je diabetes goed gaat tijdens de puberteit kan dit voorspellend zijn voor hoe het in de rest van je leven zal gaan”. Het zou fijn zijn om wat beter te snappen wat het is in de puberteit dat zó lang nog effect heeft op je regulatie ondanks dat je hersenen inmiddels allang in staat zijn tot plannen, reguleren, zelfanalyse, et cetera! Bij voorbaat dank voor een reactie! Met groet van Welmoed

Hoi Welmoed, Goede vraag. Antwoord van Maartje de Wit: ‘Als een van de eerste studies heeft de DCCT/EDIC studie laten zien dat een minder goede regulatie tijdens de puberteit leidt tot meer complicaties later in het leven, ook al wordt het HbA1c later in het leven weer beter (White, N.H., Cleary, P.A., et al., Beneficial effects of intensive therapy of diabetes during adolescence: outcomes after the conclusion of the Diabetes Control and Complications Trial (DCCT). J Pediatr, 2001. 139(6): p. 804-12.) De suggestie van de auteurs is dat een periode van een slechte glykemische instelling de ontwikkeling van retinopatie (en wellicht ook nefropatie) kan ‘triggeren’, ook als de glykemische instelling later weer verbetert. Ook wel het ‘memory’ of ‘legacy’ effect genoemd.’ Hoe dat legacy effect fysiologisch precies werkt is nog niet helemaal bekend. In dit (Engelstalige) artikel lees je er meer over: http://citeseerx.ist.psu.edu/viewdoc/download?doi=10.1.1.905.1674&rep=rep1&type=pdf Groeten, Elise
Vraag gesteld door: Welmoed
Beantwoord door de DiabetesType1 redactie op: 05 februari 2019 om 16:18

Stel een vraag

Gesprekken over dit artikel (1)


Ook op de middelbare school mag je verwachten dat ze met je puber meedenken

Thema: Dagelijks leven
laaste update: 15 dagen geleden

Start gesprek

Gerelateerde onderzoeksartikelen

Eetproblemen op de loer bij tieners.jpg
01 februari 2019

Eetstoornissen liggen op de loer bij tieners met diabetes type 1

23 januari 2018

Eetproblemen bij tieners met diabetes type 1

Persoonlijkheid en omgaan met diabetes.jpg
16 mei 2018

Omgaan met diabetes hangt samen met persoonlijkheid