Max Nieuwdorp over onderzoek naar darmbacterien en diabetes type 1.jpg

Darmbacteriën bij diabetes type 1 - prof. Max Nieuwdorp over onderzoek

Op de online infoavond van het Diabetes Fonds nam internist prof. dr. Max Nieuwdorp (Amsterdam UMC) de kijkers mee in de wereld van de darmflora. Hij vertelde over zijn nieuwe onderzoek naar fecestransplantatie (poeptransplantatie), en wat mensen met diabetes type 1 er wel of niet van kunnen verwachten. We vatten het voor je samen.

In de afgelopen 50 jaar krijgen steeds meer mensen diabetes type 1, en dat geldt ook voor andere auto-immuunziekten. Dat hangt waarschijnlijk samen met onder meer een westers voedingspatroon met veel bewerkt voedsel, en te veel antibioticagebruik. Onze darmen spelen een belangrijke rol bij het immuunsysteem. Om meer te begrijpen over de rol van darmbacteriën bij diabetes type 1, doet Max Nieuwdorp onderzoek.

Hoe meer diversiteit in darmflora, hoe beter

Als je ons microbioom, onze darmflora, bekijkt onder de microscoop, dan zie je veel soorten bacteriën (de foto hierboven). Dat is goed: hoe meer diversiteit, dus verschillende soorten, hoe beter. Denk aan een bos: hoe meer verschillende planten er zijn, hoe gezonder het bos is.

In de westerse wereld hebben we 30 procent minder darmflora dan mensen aan de Amazone, die nog nooit antibiotica of westerse voeding hebben gezien. We zijn die gaandeweg verloren. Elke generatie geeft 50 procent van de darmflora mee aan hun kinderen. De diversiteit wordt dus steeds minder.
Kunnen we die ‘verloren’ darmflora weer terugkrijgen? En welke rol spelen darmbacteriën bij het ontstaan van diabetes type 1, zijn ze een oorzaak? Dat gaat Nieuwdorp uitzoeken, door te kijken wat het effect is van fecestransplantatie (poeptransplantatie) bij diabetes type 1. 

Poeptransplantatie heeft een lange geschiedenis 

In het oude China werkten ze al met ‘gele soep van babyontlasting’ tegen voedselvergiftiging en buikkrampen. En in de 19e eeuw kregen reizigers in het Midden-Oosten thee van kamelenontlasting tegen diarree. Sinds 1958 wordt het ook in de westerse wereld gedaan, en in 2008 voor het eerst in het Amsterdam UMC, bij verschillende ziektes. 

Er wordt een oplossing gemaakt van verse ontlasting, van een donor of van de patiënt zelf. Die gaat door een slangetje in de neus naar de dunne darm, waar het een nieuw ‘behang’ vormt met donorbacteriën. En net bij alle andere behandelingen en medicijnen: bij sommige mensen werkt het, bij anderen niet. Waarom dat zo is, dat proberen ze uit te zoeken.

Zelf experimenteren is gevaarlijk

Er zijn filmpjes in omloop over do-it-yourself poeptransplantatie. Maar doe dat niet! Het kan gevaarlijk zijn. In het ziekenhuis selecteren ze donoren heel zorgvuldig. Want niet iedereen is geschikt als donor. Je kunt er bijvoorbeeld virussen mee inbrengen. Of zoals een vader die zichzelf behandelde met de ontlasting van zijn tweejarig kind, en toen zijn dikke darm verloor door een infectie. Ook gevaarlijk zijn de commerciële klinieken, dus gewoon echt niet doen. 

Eerder onderzoek veelbelovende resultaten

Dit najaar publiceerden Max Nieuwdorp en collega’s een klein onderzoek met 20 mensen die net de diagnose diabetes type 1 hadden. Na een fecestransplantatie bleef hun insulineproductie een jaar lang stabiel. Zo’n groot effect hadden niemand verwacht! Samen met prof. Bart Roep van het LUMC lieten de onderzoekers zien dat ook het immuunsysteem veranderde. De resultaten waren voor het Diabetes Fonds en stichting DON aanleiding om samen een groot vervolgonderzoek te financieren.

Nieuw onderzoek in de komende 5 jaar

De komende vijf jaar wil Nieuwdorp met zijn team diabetes type 1 beter gaan begrijpen vanuit de biologie, in dit grote vervolgonderzoek. Om dan te kunnen kijken wie op basis van het darm-microbioom baat kan hebben bij andere bacteriën, en wie misschien toch meer baat heeft bij diëten of andere behandelingen. Daarvoor verzamelen ze eerst een groep van 500 mensen die ze een paar jaar gaan volgen, met al langer of korter diabetes type 1. 

Ze delen hen in op basis van darmbacteriesamenstelling en brengen van alles in kaart, zoals genen, het immuunsysteem en eventuele resterende eigen insuline-aanmaak. Vervolgens bekijken ze in kleinere studies, van zo’n 20-30 mensen, wie baat heeft bij een poeptransplantatie en wie niet, en waarom dat zo is. (Interesse om mee te doen? Mail naar darmenbijtype1diabetes@amsterdamumc.nl) 

Poeptransplantatie is het begin

De onderzoekers kijken nu naar de effecten van poeptransplantatie. Maar niet met als doel dat dit een nieuwe therapie wordt voor diabetes type 1. Ze willen hiermee de bacteriën vinden die de behandeling zijn, en die in capsules doen als een soort probiotica. Dát wordt dan in de toekomst de behandeling, maar dat is nog een lange weg.

Waarschijnlijk zijn het ook niet voor iedereen dezelfde bacteriën, dus het wordt geen blockbuster voor de farmaceutische industrie. Het wordt waarschijnlijk personalized medicine waarbij apothekers op maat een pilletje samenstellen met specifieke bacteriën die jou kunnen helpen. Het is nog ver weg, maar wel binnen handbereik. 

Vragen vanuit de kijkers

Kan het microbioom ook genoeg aangepast worden door voeding of probiotica?

‘Helaas niet. Probiotica lijken bij sommige mensen iets te doen, maar absoluut niet zo sterk. Er is echt een reset van het systeem voor nodig. Wij denken dat voor nu een fecestransplantatie de beste reset is, maar we gaan zeker op zoek naar een minder ingrijpende manier van behandelen.’

Kan poeptransplantatie helpen als je al langer diabetes type 1 hebt?

‘Meer en meer wordt duidelijk dat 1 op de 6 tot 7 mensen met type 1 nog ‘slapende bètacellen heeft. Die mensen willen we graag behandelen en hun ontlasting onderzoeken, omdat daarin mogelijk een deel van de oplossing ligt. Als je helemaal geen eigen bètacelfunctie meer hebt, dan gaat fecestransplantatie niets voor je doen. Maar als je nog restfunctie heb, dan zou je best eens baat kunnen hebben bij deze behandeling, en heb je bijvoorbeeld minder insuline nodig.’ 

Heeft poeptransplantatie bijwerkingen?

‘Op de korte termijn wat diarree of darmkrampen. Op de lange termijn denken we van niet, we doen het nu 12 jaar en we screenen de donoren heel goed, maar er zit altijd een risico aan. Dus doe het echt niet thuis. Maar de bijwerkingen van de behandeling lijken erg mee te vallen. Wat bijzonder is, want het effect wat wij zien is even sterk als de middelen die in de jaren 2000 zijn gebruikt om het hele immuunsysteem plat te leggen, en die hadden veel bijwerkingen.’

Werkt een behandeling met butyraat, boterzuur?

‘Butyraat wordt gemaakt door goede darmbacteriën. Bij alle ziekten waarbij het microbioom betrokken is, is er minder butyraat. Deze stof is te koop, maar bij type 1 werkt dat in ieder geval niet, we zien geen effect. Voor andere ziekten zoals chronische collitis lijkt er misschien een effect te zijn. Dat raakt ook aan de vraag: hebben al die ziekten niet met elkaar te maken? Zoals coeliakie vaak samen voorkomt met type 1. Mogelijk hebben die ziekten een gemeenschappelijke basis, en dat proberen we uit te zoeken, ook bijvoorbeeld de relatie met schildklierziekten. Maar het is een lange weg te gaan. Tot 15 jaar geleden keek niemand naar darmbacteriën en ziekten, het is een nieuwe ontwikkeling.’ 

Wanneer komt dit naar de praktijk?

‘Nu kan het alleen binnen onderzoek. We screenen mensen, sommigen kunnen meedoen, anderen niet. Voordat dit op de markt komt moeten we eerst precies weten hoe dit werkt, en voor wie het werkt. Mijn droom is dat we de komende 5-10 jaar weten welke mensen met type 1, hetzij met nog eigen alvleesklierfunctie of net na de diagnose, we kunnen behandelen met capsules. Maar mijn droom is dat als ik met pensioen ga, dat we via ontlasting of iets anders kunnen voorspellen welke kinderen een hoger risico hebben op type 1. Zodat we die veel beter kunnen opsporen en behandelen met bijvoorbeeld darmbacteriën, en de ziekte voorkomen lang voordat hij ontstaat. Maar dit is een eerste stapje.’

Hoe hangt dit samen met het onderzoek van Bart Roep?

‘Roep kan in het lab meten hoe agressief je immuuncellen zijn tegen je bètacellen, en hij wil die cellen minder agressief maken met hulp van vitamine D. Als je immuunsysteem minder agressief is en je geeft mensen ook een eilandjestransplantatie, dan krijg je mensen in rustiger vaarwater. In ons eerdere onderzoek werkten we samen met Roep, waardoor we nu weten welke stofjes het immuunsysteem zo agressief maken tegen de bètacellen. Bart Roep kijkt naar bloedcellen en ik als internist naar het hele lichaam, dus een gouden combinatie. Iedereen brengt zijn eigen expertise in.’

Hoe kan het dat ook je eigen ontlasting kan helpen?

‘Het idee is: wij leven in een maatschappij waarin we heel schoon leven, terwijl we gemaakt zijn om tussen de dieren in de vuiligheid te leven. En doordat we zo schoon zijn en te veel antibiotica gebruiken, bouwen we te weinig rijkheid van darmflora op. Daardoor krijgen we een verwend immuunsysteem dat onze eigen cellen gaat aanvallen. 

We weten dat bij een fecestransplantatie, ook al is het je eigen ontlasting, er ongeveer een miljard meer bacteriën per kubieke centimeter in je dunne darm komen die daar helemaal nooit geweest zijn. Ons immuunsysteem wordt getraind in je dunne darm. Dus we geven een enorme ‘onhygiënische prikkel’ aan die dunne darm, waardoor het immuunsysteem denkt: oh dan moet ik me daarop richten, en niet op de bètacellen. Maar nogmaals: doe het niet thuis, want er zijn echt nadelen als je met een slangetje aan de gang gaat. De bacteriën kunnen in je longen terechtkomen en dan ben je nog niet jarig. ‘Het is echt zaak om stapje voor stapje het onderzoek af te wachten.’

Wanneer kan het voor mijn kind?

‘Ik ga me niet wagen aan jaren. Er gaat de komende decennia echt wel wat gebeuren, maar wij kunnen de diabetes bij kinderen van nu niet weghalen. We kunnen misschien het immuunsysteem afremmen, de slapende bètacellen wakker maken, maar dit onderzoek is echt voor misschien pas de kinderen die nog geboren moeten worden, dat we bij die kinderen diabetes kunnen voorkomen. Voor de kinderen en jongvolwassenen die nu diabetes hebben, gaan we proberen de ziekte stabieler te maken, met minder pieken en dalen in de bloedsuiker, en daarmee minder complicaties.’

Genezen? Wanneer? Inschatting?

‘Genezing is voor de volgende generatie. Maar ik heb goede hoop dat we best al eerder iets kunnen doen aan de ziekte zelf en bijvoorbeeld op eenmaal daags insuline uitkomen. Door een combinatie van transplantatie van nieuwe bètacellen, en het immuunsysteem afremmen op een manier zonder nare bijwerkingen. En anders is er nog altijd de kunstalvleesklier met steeds betere technieken en algoritmes. Het onderzoek gaat sneller dan ooit. Maar hoe meer we weten, hoe meer we zien hoe complex deze ziekte is. Er is bijna geen endocriene ziekte die zo complex is als diabetes type 1, omdat alles meespeelt: van darmen tot omgeving tot en met erfelijkheid. Dat is een harde noot om te kraken.’

Er kwamen nog veel meer vragen binnen voor Max! We doen ons best om daar binnenkort aandacht aan besteden, houd daarvoor deze website in de gaten. Of nog makkelijker: maak een account aan, en vink in je profiel aan dat je de automatische nieuwsbrief wilt ontvangen.

Op de hoogte blijven?

Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn.


Vragen naar aanleiding van dit artikel (0)


Stel een vraag

Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde onderzoeksartikelen

20 juli 2018

Meedoen aan onderzoek als proefpersoon

GLP1 bij type 1.jpg
01 november 2019

Zijn GLP-1 medicijnen ook nuttig bij diabetes type 1?

02 januari 2017

Glucagon via de neus biedt voordelen