Blog Annemarie - hypo in de skilift.jpg

Hypo in de skilift

  In de krokusvakantie gaan we met het gezin op skivakantie. We schuifelen met zijn allen iedere keer een stapje vooruit, totdat er niemand meer in de grote cabinelift bij kan. Wij komen ergens in het midden terecht, iedereen is dik aangekleed, de ski’s houden de mensen zelf vast en bijna allemaal dragen ze een rugzak. Ik hoop dat de tocht niet lang zal duren, want ik heb het nu al warm. Ik trek alvast een handschoen uit, zodat ik om en om mijn ski’s kan vast blijven houden en mijn muts moet ook af.
  ‘Heb je het soms warm?’ grapt mijn broer.
  ‘Wat een hitte, vind je ook niet?’
  ‘Ik vind het wel meevallen, geen last van,’ zegt hij.
Ik begrijp het niet, want het zweet staat inmiddels op mijn rug. Even later begin ik te trillen en krijg een hongergevoel.
  ‘Nee, dit meen je niet, volgens mij heb ik een hypo, maar dat kan helemaal niet,’ mompel ik. Op dat moment voel ik mijn kaken verstijven, kijk ik zonder te kijken. Ik begrijp het niet, want hypo’s voel ik altijd aankomen en we hebben net ontbeten.
  ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt mijn broer.
  ‘Ik moet suiker hebben, een hypo.
  ‘Wat wil je? Ik versta je nauwelijks.’
Het is een gekakel in die lift, ik hoor niets. Het lijkt wel of mijn gehoor is verdwenen, het suist in mijn oren.
  ‘Suiker,’ herhaal ik binnensmonds.
Er zit weinig beweging in mijn lippen en ik wijs naar mijn mond en rugzak. Ik hang voorover, steun op mijn ski’s, ik kan nauwelijks nog op mijn benen staan, het is dat ik skischoenen aan heb, anders viel ik allang om.
  ‘Waar Annemarie, waar?’ vraagt hij bezorgd.
  ‘Shit Annemarie.’

Het duurt nu niet lang meer, voordat ik weg kan zakken.
  ‘Hier, hebbes, red je het nog?’ vraagt hij, terwijl hij het pakje probeert open te breken.
Hij steekt er een in mijn mond. Ik moet zorgen dat ik dat blokje weggezogen krijg. Ik sabbel alsof mijn leven er vanaf hangt. Ik ben al zover gezakt dat mijn spieren in mijn kaken zelfs verstijven bij gebrek aan suiker en ik geen kans zie om erop te bijten. Ik hoop maar dat mijn speeksel genoeg opneemt om niet weg te vallen. Na de achtste druivensuiker en de negende, had ik nog een tiende nodig om mijn kaken weer in beweging te krijgen. Het voelt nog niet zo, het zweet breekt me nog steeds aan alle kanten uit, maar ik kan opeens weer horen, dus er zit verbetering in. Wat een herrie al die mensen samen. Ik ben zo misselijk van al die suiker, ik werk bijna het hele pakje naar binnen. Puur uit paniek. Ik moet van die nare gevoelens af. We staan nog midden in de menigte. Nu en dan valt er iemand zachtjes tegen mij aan. Niemand die door heeft dat ik strijd aan het leveren ben om niet tegen de vlakte te gaan. Het belletje van het eindstation klinkt, we zijn boven. Ik ben kapot.
  ‘Kan je lopen?’ vraagt mijn broer inspecterend.
  ‘Ja, wacht even, zij eerst, ik kan niet zo snel.’
Hij gaat voor mij staan:
  ‘Loop maar achter mij aan, dan gaan we gelijk het restaurant in. Ik neem je ski’s en stokken mee.’
Hij neemt alles over en ik pak als een klein kind, die haar moeder niet uit het oog mag verliezen, zijn jas vast. Ik concentreer mij op mijn stappen. Ik voel mij zo slap in de benen, dat iedere stap nu moeite kost. Eerder hielden die skischoenen mij nog staande, nu kom ik er moeilijk op vooruit. De ingang van het restaurant is direct om de hoek, buiten. Nu moet ik nog snel wat eten om al die kortwerkende suikers vast te houden.
  ‘Warme appeltaart, thee en water,’ vraag ik.
Ik ben zo misselijk, voel me belabberd en koud, en die appeltaart moet er nog in.
  ‘Hoe gaat het nu?’ wilt hij weten, nadat we wat appeltaart hebben gegeten.
Voordat ik kan reageren zegt hij:
  ‘Ik ben blij dat we hier samen zitten, je ogen Annemarie, ze waren helemaal grijs, alsof er geen leven meer in zat en je was spierwit.’
Met tranen in mijn ogen, zeg ik:
  ‘Sorry, dat ik je zo heb laten schrikken.’
Het is stil, we zijn ieder in gedachten verzonken en ondertussen eten we onze appeltaart op. Mijn zelfvertrouwen heeft een enorme deuk opgelopen, ik ben er zo van overtuigd dat ik goed voorbereid van huis ging, dit gebeurt echt vanuit het niets. Als mijn broer er nu niet bij was geweest, dan weet ik niet hoe dit was afgelopen.


Gerelateerde blogberichten

Boek HYPER - Thecla Groot Koerkamp - header.jpg
02 juli 2020

Voorpublicatie nieuw boek HYPER

Blog Jupiter - Mijn hypo unawareness.jpg
08 juni 2020

Mijn hypo (un)awareness

Blog Willeke - hypo supercross - fotograaf Bart Amsing.jpg
09 maart 2020

Een paar minuten zonder mijn sensor-ontvanger…