Gezinsweekend BvdGF.jpg

Wereld Diabetes Dag

Het is 14 november 2049, Wereld Diabetes Dag. Ik ben op bezoek bij mijn moeder. “Wil je een stuk appelgebak?”, vraagt ze. Ik bedank. Zelf neemt ze wel een punt. Ik probeer niets te laten merken, maar moeders zien nu eenmaal alles, en dus ziet ze ook mijn bedenkelijke gezicht. Met een lichte irritatie in haar stem zegt ze: “Ach, een keer kan heus geen kwaad hoor.” Als ik haar vraag hoe het gaat reageert ze kortaf en schakelt snel over naar een ander onderwerp.

Onwillekeurig denk ik terug aan het najaar van 2018. Ik was toen twaalf. Ik had sinds mijn zevende diabetes type 1 en toen ik een jaar of elf, twaalf was was dat een dagelijkse strijd. Hoe meer mijn moeder vroeg, hoe minder ik wilde antwoorden. Ik kon het allemaal zelf wel regelen en wilde aan mijn klasgenoten in de brugklas vooral niet laten merken dat ik anders was. Mijn zusje was jaloers op alle aandacht die ik kreeg (en waar ik niet op zat te wachten) en gedroeg zich in mijn ogen onuitstaanbaar. Mijn vader stortte zich destijds volledig op zijn werk en liet de zorg voor mij en mijn diabetes aan mijn moeder over.

Het was in juni dat jaar dat de diabetesverpleegkundige ons voorstelde om eens met een gezinsweekend van de Bas van de Goor Foundation mee te gaan. Het zou het begrip binnen het gezin kunnen vergroten zei ze. Ik vond het flauwekul, maar stemde na de belofte dat we veel verschillende sportieve activiteiten zouden gaan doen, met tegenzin in.

De eerste middag was een grote verrassing. Mijn ouders en mijn zusje kregen alledrie, net als ik, een insulinepomp aangesloten. Ik zag hoe bang mijn vader was om het infuusje in te schieten. “Wat een watje”, dacht ik, “dat doe ik twee tot drie keer per week!” Mijn zusje was dapperder dan ik dacht. Zonder een traan te laten accepteerde ze de pomp, en ook het vingerprikken om haar glucosewaarden te meten deed ze zonder problemen. Na de eerste nacht, waarin iedereen moest wennen aan het slapen met de pomp zaten ze allemaal koolhydraten te tellen bij het ontbijt. “Dit is best cool”, dacht ik.

Gedurende het weekend leerden mijn ouders en zusje niet alleen de praktische kant van diabetes kennen, door het zelf eens te ervaren, maar ik weet nog goed dat er ook veel gesprekken op gang kwamen. Mijn moeder bleek het doodeng te vinden als ik de deur uit ging. Ik had dat tot dat moment beschouwd als kinderachtige bemoeizucht, maar leerde daar begrip krijgen voor haar zorgen. Zij leek voor het eerst te begrijpen hoe vervelend ik het vond als ze een waarde ‘niet goed’ vond in haar ogen. Ze besloot voortaan blij te zijn met iedere keer dat ik mijn vinger prikte om mijn waardes te checken, ongeacht te uitslag.

We maakten er afspraken over hoe we het in de toekomst anders, beter, zouden kunnen doen. We spraken af dat mijn vader af en toe de zorg van mijn moeder over zou nemen (ik was groot voorstander!), dat mijn ouders zouden proberen de aandacht tussen mij en mijn zusje beter te verdelen (opnieuw groot voorstander!) en dat ik iets van me zou laten horen als ik langer dan een paar uur van huis was. Maar los van al die afspraken merkte ik vooral dat we elkaar veel beter begrepen. Had die diabetesverpleegkundige dus toch gelijk…

Nu, op Wereld Diabetes Dag 2049, denk ik terug aan dat weekend. Ik probeer begrip op te brengen voor mijn moeder, die sinds een jaar diabetes type 2 heeft. Ik hoop dat zij ook terugdenkt aan dat weekend in het najaar van 2018 en dat ze mijn bemoeizucht zal zien als zorgen. Nu ben ík het namelijk, die wil dat zij zo gezond mogelijk nog veel ouder wordt.


Gerelateerde blogberichten

zaal infoavond diabetes type 1.jpg
19 november 2018

Schaamte

gedicht dm1 britt.png
12 november 2018

Onzichtbaar ziek

Sanne Groenemeijer blog diabetestype1.jpg
06 november 2018

Mijn werk zit letterlijk in mijn bloed!