Roofbouw Ambulance.jpg

​‘Roofbouw’

Het is de lente van 1993 en ik krijg na een prikje in mijn vinger te horen dat ik diabetes heb. Bam!

Daar zit je dan alleen bij de huisarts, 17 jaar, je kon wel alleen naar de dokter toch? Maar nu mis je toch wel iemand om het mee te delen. Zoveel vragen. De volgende dag kunnen mijn ouders wel mee naar het ziekenhuis. Ik zie bij hen het verdriet en de zorgen maar weet zelf nog niet zo goed wat ik ervan moet denken. Hoe snel ga ik nu dood? En hoe?

Ik moet gelijk zelf in mijn buik en been spuiten. De bloedsuikermeter moet ik gebruiken, en de standen bijhouden in een dagboekje. Ik ben er erg slecht in. Ik vergeet het, wil er misschien niet te veel aan denken. "Je gaat nog niet dood hoor" hoor ik, "je kunt makkelijk 60 worden". "Als je maar serieus alle regels gaat volgen". Ik ben 17 en heb officieel diabetes type 1. Ik ga na een paar dagen weer naar school. Toetsen komen eraan. Een klasgenoot zegt mij dat ik eigenlijk dood hoor te gaan, dat slechte genen niet doorgegeven moeten worden.

Ik doe mijn best, maar wil ook veel mee kunnen maken. Ik wil gewoon uitgaan, een fles Apfelkorn leeg kunnen drinken. Patat eten. De wanhoop bij mijn ouders is soms merkbaar. Volgens mijn vader pleeg ik roofbouw. Ik weet het, ik moet rustiger aan doen, minder eten, meer slapen, meer meten, de juiste hoeveelheid insuline spuiten. Door de stress neem ik maar weer een stukje chocolade. En de rest van de reep ook.

We gaan verhuizen, ik ben 20 en na een dag verhuizen begin ik uit het niets te schreeuwen tegen mijn moeder, ik ben vreselijk chagrijnig. Ze weet mij naar beneden te krijgen voor thee met koekjes. Langzaam beginnen mijn lippen te tintelen. “Volgens mij had je een hypo” zegt ze. Tot dan toe had ik er alleen over gelezen. Maar het gevoel van totale onmacht, iets doen wat je helemaal niet wilt, waar je geen controle over lijkt te hebben, overvalt mij totaal. Het is het meest angstige gevoel wat ik tot dan toe gevoeld had. We zitten samen in het raam te huilen. Ik schaam mij diep.

Een avond ga ik stappen met vrienden die bij ons blijven slapen. Ik woon eindelijk op mijzelf met mijn vriendin. Ik voel mij niet lekker. We gaan wat eerder naar huis en ik ga slapen. Als ik wakker word zijn alle lichten aan, er staan 2 grote mannen in reflecterende pakken naast mijn bed. Mijn vriendin spreekt mij kalmerend toe. Mijn T-shirt en bed voelen drijfnat van het zweet. Shit denk ik, ze moeten zich geen zorgen maken. Ik probeer snel normaal te doen. Doe mijn uiterste best om de mensen om mij heen te laten zien dat ik weer bij ben. Ze mogen zich geen zorgen maken. Normaal praten wil ik, normaal doen, maar ik voel dat het niet lukt. Ik geef me er maar weer aan over en laat de toegediende glucose maar eerst zijn werk doen.

Weer een slag verloren. Weer een stapje verder denk ik. Ook ten overstaan van mijn vrienden heb ik een voor mijzelf vernederende ervaring gehad. Er is midden in de nacht 112 gebeld, voor mij. Ik heb mijzelf blijkbaar zo slecht onder controle dat de ambulance zelfs moest komen. Dat vind ik tenminste. Het ziekenhuis is nooit ontevreden. Mijn controles zijn altijd goed. Maar ik kom wel vele kilo’s aan. Roofbouw, denk ik. Je werkt jezelf richting de dood. Ik neem nog maar een koekje. En de rest van de rol.

Als het ziekenhuis weer zegt dat mijn waardes prima zijn, vertel ik toch maar dat ik mij niet zo voel. Ik voel mij eigenlijk wel een beetje vreselijk. Vreselijk slecht naar mijzelf toe, naar mijn omgeving, naar mijn vrouw, mijn ouders, mijn kinderen. Die moeten straks hun vader missen, dat weet ik al jaren zeker. Ik krijg de beste hulp die ik kan wensen. Een psycholoog van de diabetesafdeling helpt mij weer vooruit te kijken. Minder schuldig te voelen. Te accepteren dat je als diabeet niet alles onder controle kunt hebben, niet alles kunt voorspellen. De kracht te geven om in andere dingen troost te zoeken dan in eten.

Nu ik dit schrijf is het de lente van 2018, dus 25 jaar na de diagnose. Er is veel veranderd. Sinds ik een continue glucosemeter heb is er geen ambulance meer voor ons huis gestopt. Ik sport minimaal 2 keer in de week, mijn vrouw slaapt een stuk beter, en ik ben een stuk zekerder.

Het schuldgevoel neem ik nog altijd met mij mee. Maar de hulp van het ziekenhuis heeft mij enorm geholpen. En de techniek helpt ook een handje. Daar vertel ik een volgende keer graag over.


Gerelateerde blogberichten

Boek HYPER - Thecla Groot Koerkamp - header.jpg
02 juli 2020

Voorpublicatie nieuw boek HYPER

Blog Jupiter - Mijn hypo unawareness.jpg
08 juni 2020

Mijn hypo (un)awareness

Blog Annemarie - Een zomerse zondagochtend 1400 x 660 px.jpg
18 oktober 2019

Een zomerse zondagochtend