Wat veroorzaakt diabetes type 1?

Vraag je je weleens af: waardoor heb ik diabetes type 1 gekregen? Kan ik het voorkomen bij mijn kind? Er wordt veel onderzoek gedaan om erachter te komen wat diabetes type 1 uitlokt, om het risico erop te kunnen verkleinen.

Wanneer je plotseling diabetes type 1 krijgt, is er in je lichaam al een geleidelijk proces aan vooraf gegaan. Dat komt door een samenspel van factoren, dat enkele weken tot tientallen jaren kan hebben geduurd.

Die factoren kunnen van alles zijn, en ze zetten ook niet zomaar bij iedereen diabetes in gang. Genetische aanleg en erfelijkheid spelen een rol, maar ook niet bij iedereen. Bij 85 procent van de mensen met diabetes type 1 komt het helemaal niet voor in de naaste familie.

Factoren die het risico op diabetes type 1 verhogen

Uit onderzoek komen steeds meer factoren naar voren die misschien bijdragen aan het ontstaan van diabetes type 1. Dat doen ze doordat ze bijvoorbeeld de aanmaak van antistoffen uitlokken, waar het afweersysteem tegen reageert. Of die factoren zorgen ervoor dat de cellen die insuline produceren zélf een fout maken die de afweeraanval aantrekt. 

Hoe dan ook, de afweer doet iets wat niet de bedoeling is: het valt de eigen eilandjes van Langerhans in de alvleesklier aan. De volgende factoren spelen wellicht een rol, al is het van de meeste nog niet echt zeker of ze dat inderdaad doen, en zo ja hoe groot hun rol is.

Virussen

Veelvoorkomende virussen kunnen het lichaam een zetje geven richting diabetes type 1. Dat kon worden onderzocht doordat bepaalde virussen blijvend sporen achterlaten in het bloed, en mensen met en zonder diabetes zijn vergeleken. Mogelijke kandidaten:

  • Het Epstein-Barrvirus, een herpesvirus dat onder andere de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.
  • Enterovirussen: een groep virussen die bijvoorbeeld buikgriep en verkoudheid veroorzaken. Mogelijk vergroot zelfs besmetting van de moeder tijdens zwangerschap de kans op diabetes type 1 bij het kind.
  • Luchtweginfecties: vooral wanneer het je overkomt in de eerste 6 levensmaanden, je hebt dan 17 procent meer kans om later diabetes type 1 te krijgen.

Gluten

Iemand met coeliakie verdraagt geen gluten (eiwit uit tarwe, rogge en gerst). Coeliakie komt gemiddeld vaker voor bij mensen met diabetes type 1. Het lijkt erop dat bij kinderen met aanleg voor diabetes het eten van gluten beide ziekten kan uitlokken. Mogelijk is diabetes bij deze kinderen uit te stellen door gluten te vermijden in de eerste 3 maanden. 

Eieren

Fins onderzoek suggereert ook dat kinderen die voordat ze 8 maanden oud waren al eieren hebben gegeten, ook een iets hoger risico hebben op diabetes type 1.

Darmen

De gemiddelde darmflora van mensen is in de afgelopen tientallen jaren behoorlijk veranderd. Doordat we anders zijn gaan eten en drinken, en bijvoorbeeld koelkasten hebben. Het lijkt erop dat auto-immuunziekten zoals diabetes type 1 meer kans krijgen bij de moderne darmflora. Zeker wanneer die in de eerste 3 levensjaren niet goed ontwikkeld is. Nederlandse onderzoekers hebben hier veel onderzoek naar gedaan.

Ook antibiotica bijvoorbeeld veranderen de darmflora, wat de kans op diabetes verdubbelt, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Het is nog niet duidelijk of de afwijkende darmflora de afweer laat ontsporen, of omgekeerd dat de ontsporende afweer de darmflora aantast.

Te schoon leven

Kinderen kregen vroeger veel infecties: bacteriën, schimmels, virussen, wormen, het was heel gewoon. Tegenwoordig beschermen we kinderen door allerlei hygiënemaatregelen. Misschien krijgen we daardoor een minder getrainde afweer die niets gewend is, waardoor hij bij sommige mensen juist onnodig actief wordt. Deze zogeheten hygiëne-hypothese is een mogelijke verklaring voor het bewezen feit dat auto-immuunziekten in rijke landen tegenwoordig vaker voorkomen. Dat blijkt uit een groot vergelijkend onderzoek van Finland samen met Rusland.

Keizersnede

Kinderen die met een keizersnede zijn geboren, hebben waarschijnlijk een 20 procent grotere kans om diabetes type 1 te krijgen. De kans dat het lichaam antistoffen gaat aanmaken is niet verhoogd, maar als er antistoffen zijn, ontwikkelt diabetes zich sneller.

Hoe dat kan? De manier waarop een kind geboren wordt, bepaalt welke bacteriën zich als eerste in de darm vestigen. Bij een natuurlijke geboorte krijgt het kind bacteriën binnen die het bij een keizersnede niet krijgt, vooral van de groepen Enterobacteriaceae en Lactobacillales. Deense onderzoekers hebben dit kortgeleden op een rij gezet.

Factoren die beschermen

Uit onderzoek komen ook aanwijzingen voor factoren die juist de kans op diabetes type 1 juist verkleinen.

Borstvoeding

Kinderen die borstvoeding krijgen, hebben minder kans op diabetes. Bij minder dan vier maanden is de kans 27% lager, bij meer dan 4 maanden 55% ten opzichte van geen borstvoeding. Dat komt omdat borstvoeding een belangrijke bron van bacteriën is voor de baby, zoals Bifidobacterium, Staphylococcus, Lactococcus, Enterococcus en Lactobacillus. Deze bacteriën worden ook vaak gezien als probiotica, en ze spelen een rol bij sterke afweerreacties. In een recent Duits onderzoek zijn deze bacterie-factoren van onder meer borstvoeding duidelijk bij elkaar gezet.

In 2017 komen de onderzoeksresultaten van het grote internationale onderzoek TRIGR, dat ook 10 jaar in Nederland heeft gelopen. Daaruit zal blijken of het geven van borstvoeding, in combinatie met het vermijden van koemelkeiwit, helpt om diabetes type 1 te voorkomen of uit te stellen.

Vitamine D

Kinderen en jongeren met diabetes hebben naar verhouding vaker een tekort aan vitamine D. Diabetes lijkt ook inderdaad minder voor te komen bij kinderen die extra vitamine D krijgen. Vooral vitamine D3 biedt mogelijk bescherming tegen het ontstaan van diabetes type 1. Hoe eerder je ermee begint, hoe beter, zo blijkt ook weer uit een recent Amerikaans onderzoek.
Of diabetes helemaal te voorkomen is met vitamine D is nog maar de vraag, maar ook uitstel is winst. Vitamine D wordt nu al aangeraden voor kinderen tot 4 jaar en tijdens de zwangerschap. Het lijkt wel bewezen dat vitamine D tijdens de zwangerschap een beschermende werking heeft tegen diabetes bij het kind.

Wat betekent het voor mij?

Het is duidelijk dat de eerste paar levensmaanden en -jaren veel invloed hebben op je risico op diabetes type 1. Dat heb je zelf natuurlijk niet in de hand gehad, maar ook ouders hebben daar maar beperkt invloed op.

De conclusie is dus een beetje frustrerend: er is nog geen duidelijke formule voor wat je wel of niet zou moeten doen of laten om geen diabetes type 1 te krijgen. Je kunt ook niets in je verleden met zekerheid aanwijzen als oorzaak. Zeker omdat je nooit kunt zeggen hoe lang de aanloop tot diabetes was, of welke combinatie van factoren het is geweest. Bovendien geven die factoren allemaal maar kleine verhogingen van de kans op diabetes.

Komt diabetes type 1 vaker in je familie voor en wil je graag kinderen? Het kan in ieder geval geen kwaad om je kind nog geen voeding te geven met gluten in de eerste 3 maanden, geen eieren tot 8 maanden en om genoeg vitamine D3 te geven.

Intussen blijft onderzoek hard nodig om verdere oorzaken op te sporen, zodat er over een tijdje duidelijker adviezen en concrete maatregelen zijn om diabetes type 1 te voorkomen.

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen