​Onderzoek: in stappen van lab naar mens

Alle behandelingen voor diabetes type 1 komen voort uit medisch-wetenschappelijk onderzoek. De reis van een goed idee naar bijvoorbeeld een nieuw soort insuline, verloopt in een vaste volgorde.

Er zijn strenge wetten en regels voor onderzoek naar nieuwe medicijnen en behandelingen. Een nieuw middel, zoals een nieuwe vorm van insuline, volgt eerst de volgende stappen:

Laboratorium: een nieuw medicijn wordt samengesteld op basis van een idee, en in het lab getest voor zover dat mogelijk is.

Proefdieren: na succesvolle proeven in het lab, volgt onderzoek bij proefdieren. Meestal zijn dit muizen of ratten. Ook hier zijn strenge regels voor, dat gebeurt niet zomaar.

Onderzoek bij mensen: pas als het middel goed en veilig blijkt te werken bij dieren, begint het onderzoek met mensen, dus proefpersonen. Dat heet een klinisch onderzoek, of een klinische studie. Deze stap is onmisbaar, want ook al lijken we van binnen op muizen, we reageren soms toch anders op een medicijn of behandeling.

Vier fasen in onderzoek met mensen

Binnen het onderzoek met mensen zijn er ook weer tussenstappen. Vier, om precies te zijn. Dit zijn de officiële vier fasen van klinisch geneesmiddelonderzoek:

Fase 1 (I): Is het middel veilig?

De onderzoekers kijken bij een klein aantal gezonde proefpersonen of zij het middel verdragen en hoe dat werkt in het lichaam.

Fase 2 (II): Werkt het medicijn?

Als het middel veilig genoeg is, wordt het bij een klein aantal patiënten getest. Nu kijken de onderzoekers of het ook echt werkt.

Fase 3 (III): Werkt het beter dan bestaande medicijnen?

Zijn de resultaten van de vorige fase goed, dan vragen de onderzoekers meer patiënten om mee te doen met een onderzoek. Ze vergelijken het nieuwe medicijn dan vaak met een bestaand medicijn.
Is het resultaat goed? Dan volgt vaak registratie van het nieuwe medicijn als officieel geneesmiddel, nadat instanties het hebben goedgekeurd. Artsen mogen het dan voorschrijven.

Fase 4 (IV): Gevolgen op lange termijn?

Ook medicijnen die artsen al voorschrijven, worden nog onderzocht. Dit kan bij tienduizenden patiënten gebeuren. Meestal gaat het dan om bijwerkingen op de lange termijn.

Placebo

Wie iets leest over onderzoek en proefpersonen, komt vaak het woord placebo tegen. Dat is een nepmiddel dat uiterlijk lijkt op het echte middel, maar dat niets doet.

Onderzoekers willen nagaan of een nieuw middel goed werkt, of beter is dan bestaande middelen. Daarvoor moeten ze verschillende groepen patiënten vergelijken. Bijvoorbeeld een groep die het nieuwe middel krijgt, een groep die een bestaand middel krijgt, en als het verantwoord is ook nog een groep die een placebo krijgt.

Welke proefpersoon in welke groep komt, wordt door loting bepaald.

Dubbelblind

In de ideale situatie weten de proefpersonen en ook de onderzoeker niet wie welk middel krijgt. Dat onderzoek heet dan dubbelblind. Dus niemand kan zich onbewust gaan gedragen naar wat hij denkt of weet over de gebruikte medicijnen in het onderzoek. Dit maakt de uitkomsten van het onderzoek zo betrouwbaar mogelijk.

Al deze stappen en maatregelen zijn nodig zodat grote groepen mensen op een verantwoorde manier een nieuwe behandeling kunnen krijgen.

Zelf meedoen als proefpersoon of deelnemer aan onderzoek? Bekijk de oproepen voor onderzoek.

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen

Geschiedenis van diabetes type 1

down20161221-6118-12914v.jpg

Eilandjestransplantatie

down20161221-6118-1vpar0r.jpg

Cellen verpakken