down20170110-20303-413zmp.jpg

Het afweersysteem en diabetes type 1

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte, wat inhoudt dat het eigen afweersysteem reageert op eigen weefsel en de insulineproducerende cellen aanvalt. 

We hebben het afweersysteem hard nodig om virussen en bacteriën buiten het lichaam te houden, ze zijn onze poortwachter en voorkomen dat we ziek worden. Bij mensen zonder diabetes weet het afweersysteem ook goed onderscheid te maken tussen externe indringers en het eigen weefsel: dat moeten ze met rust laten. Maar soms gaat het mis en valt het afweersysteem eigen cellen aan; met diabetes type 1 tot gevolg. 

Presenteren aan het afweersysteem

Wat gebeurt er met het afweersysteem bij diabetes type 1? Het begint bij de bètacellen, die zich in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier bevinden, die HLA-moleculen afgeven. Deze HLA-moleculen (Human Leukocyte Antigen), ook wel antigenen genoemd, komen vervolgens aan het celoppervlak van de cel te zitten en worden opgenomen door antigeen presenterende cellen (APC). De bekendste APCs zijn dendritische cellen.

De APC dient als doorgeefluik en presenteert de antigenen vervolgens aan hun oppervlak, waar ze worden herkend door cellen van het afweersysteem: de T-helper en regulerende T-cellen. Doordat de regulerende T-cellen bij mensen met diabetes type 1 minder actief zijn, ontspoort het afweersysteem. 

De geactiveerde T-helper cellen scheiden cytokines uit, bepaalde moleculen, waardoor de cytotoxische T-cellen en B-cellen, worden geactiveerd. De B-cellen maken auto-antilichamen aan die de antigenen op de insulineproducerende cellen herkennen. De cytotoxische T-cellen worden aangezet tot het herkennen en vernietigen van de bètacellen. Sinds een paar jaar weten we uit onderzoek dat niet alle bètacellen automatisch worden vernietigd door het afweersysteem, maar soms ook worden geïnactiveerd. Ze gaan dan in een soort slaapstand. 

Bètacellen zelf nog een rol

Het lijkt erop dat de bètacellen zelf ook nog wat anders doen om de aanval uit te lokken. Waarom dat gebeurt en onder welke omstandigheden, is nog niet duidelijk. Verschillende factoren worden als ‘verdachte’ gezien. Zoals bepaalde virussen, gluten, koemelk, geen borstvoeding. Maar zeker weten doen we het nog niet: oorzakelijke verbanden zijn lastig vast te stellen. 


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen

Geschiedenis van diabetes type 1

down20161221-6118-12914v.jpg

Eilandjestransplantatie

​Onderzoek: in stappen van lab naar mens