Diabetische ketoacidose.jpg

Wat is diabetische ketoacidose?

Bij een tekort aan insuline kan het lichaam geen glucose verwerken. Het gaat over op vetverbranding. Het gevolg is verzuring van het bloed: ketoacidose. Ketonen kun je vaak zelf meten met hulp van een ketonenmeter of urine-teststrips. Het is belangrijk om bij diabetische ketoacidose snel medische hulp te zoeken.

Hoe ontstaat ketoacidose?

Wanneer je te weinig insuline in je bloed hebt, kan je lichaam de glucose niet opnemen uit het bloed. Ook al heb je een hele hoge glucosewaarde. Het lichaam zoekt een andere brandstof om energie te krijgen en gaat vetten verbranden. Daarbij komen afbraakstoffen vrij: ketonen (BOHB, acetoacetaat en aceton).

Ketonen verzuren letterlijk het bloed, dat heet ketoacidose. Het verschilt per persoon hoe lang het duurt voordat je bij een langdurige hyper diabetische ketoacidose krijgt. Zelfs de bloedglucosewaarde waarbij ketoacisose kan optreden, is per persoon verschillend.

Symptomen van ketoacidose

De verschijnselen van verzuring van het bloed zijn vaak:

  • veel dorst, veel plassen (bedplassen bij kinderen)
  • droge mond
  • moe, slaperig
  • hoofdpijn
  • wazig zien
  • buikpijn (vooral bij kinderen)
  • spierpijn
  • misselijk en/of braken
  • adem ruikt zoetig (appel) of naar aceton/nagellakremover
  • snelle, diepe ademhaling (Kussmaul-ademhaling)
  • snelle hartslag
  • versuft zijn

Hoe meet je ketoacidose?

Je kunt ketonen meten in de urine met speciale teststrips of -tabletten, die paars kleuren bij aanwezigheid van ketonen. Maar beter is om ketonen te meten in het bloed, dat is betrouwbaarder. In het algemeen geldt: een ketonenconcentratie van minder dan 0,6 mmol/l is goed, en boven de 1,5 mmol/l is er echt sprake van ketoacidose. Je meet ketonen met behulp van een vingerprik en een ketonenmeter.

Wat zijn de gevolgen van ketoacidose?

Ketoacidose bij diabetes is niet zonder gevaar. Je kunt ervan in coma raken of zelfs overlijden. Dit laatste gebeurt in 0,2%  van de gevallen van ketoacidose. Bij kinderen kan vochtophoping (oedeem) in de hersenen optreden en dit is levensgevaarlijk: 50 tot 80 procent van de sterfgevallen door ketoacidose wordt veroorzaakt door oedeem. Bij volwassen komt dit bijna nooit voor.

Ketoacidose heeft ook in de jaren na de diagnose nog effect. Na ketoacidose is de HbA1c nog zeker 15 jaar gemiddelde hoger. Er is onderzoek gedaan dat deze kinderen vergeleek met kinderen die mildere klachten hadden bij de diagnose.

Als ketoacidose bij vrouwen met diabetes type 1 voorkomt tijdens de zwangerschap, dan kan het ongeboren kind daar ook last van hebben. De kinderen komen vaker te vroeg en/of moeten vaker op de intensive care worden opgenomen na de geboorte.

Wat te doen bij ketoacidose?

Bij ketoacidose is altijd medische hulp nodig en vaak wordt het een ziekenhuisopname, zeker bij kinderen en tieners. Vermoed je ketoacidose? Bel direct een arts of 112 voor medische hulp. Bij kinderen telt zelfs elke minuut.

Behandeling van diabetische ketoacidose

  • toediening van snelwerkende insuline
  • veel water drinken
  • let op, niet sporten want dan neemt de verzuring toe
  • indien nodig een infuus met glucose en met insuline (bij braken)

Risico op ketoacidose bij diagnose

Vaak wordt diabetes type 1 pas vastgesteld bij hele hoge bloedsuikers, wanneer je je hondsberoerd voelt. Ketoacidose komt dus veel voor bij de diagnose. Bijna 1 op de 3 kinderen heeft bij de diagnose ketoacidose. In andere landen zijn dat veel meer of juist minder kinderen.

Verschillende factoren verhogen het risico op ketoacidose bij diagnose, zoals een jonge leeftijd, allochtone afkomst, een laag inkomen of lage opleiding van de ouders.

Het maakt ook uit of ouders en de huisarts de symptomen van ketoacidose kennen. Het is soms lastig vast te stellen of klachten na een griepje daar nog mee te maken hebben of dat het iets anders is. En als diabetes niet in je familie voorkomt, denk je ook minder snel aan die mogelijkheid. 

Andere risico’s op ketoacidose

Ook na de diagnose bestaat het risico op ketoacidose, bijvoorbeeld door:

  • te weinig insuline toedienen (vergeten, vergist of defecte pomp of pen),
  • koorts,
  • andere ziekten of operatie.

Bij een griepje denken sommige volwassenen dat ze geen insuline hoeven te spuiten als ze toch niets eten. Dat is een misverstand. Ben je ziek? Vraag dan advies aan je arts of diabetesverpleegkundige.


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen