Veel meer dan lol maken: DVN-kampen voor kinderen met diabetes

Diabetesvereniging Nederland (DVN) organiseert regelmatig actieve kampen voor kinderen en jongeren met diabetes type 1. Ze zijn populair, en worden vaak ook vergoed door de verzekering. We spraken met Inge Olivier, een van de drijvende krachten achter deze kampen van de SugarKidsClub.

Voor kinderen met diabetes zijn speciaal voor hen georganiseerde activiteiten een uitkomst. Patiëntenvereniging DVN organiseert kampen voor kinderen en jongeren met diabetes type 1, vaak rond een bepaald thema waarbij bewegen belangrijk is.

Inge Olivier (DVN) noemt voorbeelden: ‘Denk bijvoorbeeld aan lasergamen, bos-spelen en boogschieten. Lekker bewegen als onderdeel van een gezonde daginvulling. En natuurlijk lol maken met andere kinderen met diabetes type 1. Het gewoon leuk hebben in een groep zonder je anders te voelen.’

Begeleidingscategorieën

Het ene kind met diabetes is het andere niet, en zelfstandigheid hangt natuurlijk ook samen met de leeftijd. Hoe weet je als ouder of je je kind met een gerust hart mee kunt laten gaan op een kamp? Inge: ‘We werken met 5 categorieën die aangeven hoeveel (medische) begeleiding er is tijdens het kamp. Het ene uiterste is de volledige begeleiding, inclusief koolhydraten berekenen, prikken, meten enzovoorts. Ertussenin zit de categorie waarbij vrijwilligers, diabetesverpleegkundige en (kinder)diabetesarts er zijn voor sturing en controle. En het andere uiterste is dat je zelfmanagement volledig is, en dat er alleen iemand in de buurt is die er veel vanaf weet.’

‘De begeleidingscategorieën zijn per activiteit vastgesteld. Zo weten ouders waar ze aan toe zijn. En natuurlijk wordt er wel extra opgelet wanneer ouders van tevoren aangeven dat een kind of jongere moeite heeft met bepaalde situaties. Dan houden de begeleiders een extra oogje in het zeil, en ze besteden bijvoorbeeld in de groep extra aandacht aan die onderwerpen.’

Ouders even adempauze

Voor ouders van kinderen met diabetes  is het een verademing om hun kind met een DVN-kamp mee te laten gaan. ‘We zien ouders bij het intakegesprek voor een kamp’, zegt Inge. ‘Ze vinden het zo fijn! Bij gewone kampen of logeerpartijen bij opa en oma hangen ouders nog steeds constant aan de telefoon. Hier weten ze: geen nieuws is goed nieuws.’

‘Natuurlijk zijn er ook tijdens onze kampen de nodige hypo’s en hypers, maar wij weten hoe we ermee om moeten gaan. Dat is voor ouders heel plezierig. Ze vinden het fijn om even pauze te hebben, om de andere kinderen in het gezin wat extra aandacht te geven of dingen te doen die normaal iets minder goed gaan met het kind met diabetes erbij.’

Kinderen met zelfvertrouwen

Inge krijgt van ouders vaak de reactie dat hun kind zelfverzekerder is geworden door het kamp. ‘Ouders zijn vaak blij: ‘mijn kind durft nu een naaldje in zijn bil te schieten!’. Soms hopen ouders van tevoren ook dat hun kind iets specifieks leert in zo’n week. Iets wat thuis bijvoorbeeld niet lukt. Misschien een toevoeging: met die informatie kunnen wij aan de slag tijdens het kamp. Dan zeggen we bijvoorbeeld op het moment dat een ander kind in de buurt die handeling wel zelf doet: hee, kijk eens mee hoe hij/zij dat doet! Dat werkt vaak heel goed.’

Diabetesdiploma’s

Een groot succes, voegt Inge toe, zijn de diabetesdiploma’s voor kinderen tot 12 jaar. ‘Elke avond roepen we een of meer kinderen naar voren dat een diploma ergens voor krijgt, bijvoorbeeld voor het zelf prikken, zelf koolhydraten berekenen, enzovoorts. Dat kan van alles zijn, er zijn genoeg aanleidingen.’

‘We zorgen ervoor dat uiteindelijk iedereen met een diploma naar huis gaat. Al is het maar een diploma voor het signaleren dat een ander kind laag zit, want dat is ook belangrijk. De diploma’s werken als een tierelier! Kinderen vragen aan hun begeleider: wat moet ik doen om ook een diploma te krijgen? En vaak krijgen we de week erna een foto gestuurd van een diploma dat trots op een prikbord hangt.’

Extra zelfstandigheid

Vooral bij de ponykampen wordt de groep − meiden in dit geval − al snel erg hecht, en het type activiteit leent zich om extra zelfstandigheid te stimuleren. Inge: ‘We willen kijken of we de ponykampen kunnen uitbreiden naar de leeftijdsgroep 16- 18-jarigen. Dat kamp krijgt dan een wat andere invulling dan normaal, met meer zelfstandigheid qua diabetes-zelfmanagement. Een soort transitiekamp eigenlijk.’

‘Je zegt dan niet tegen een begeleider ‘mijn bloedsuiker is zus of zo’, maar je doet het zelf. We hebben wel een kinderarts, diabetesverpleegkundige en diëtist mee. Op die leeftijd zitten kinderen net voor de overstap van kinderarts naar internist. Zo sluit het ponykamp aan bij de transitiepoli in het ziekenhuis. Dat is de overgang van kinderarts naar internist, die voor veel jongeren moeilijk is.’

Kamp onderdeel van transitiepoli

In het verlengde van de nieuwe ponykamp-plannen noemt Inge ook: ‘We willen graag samen met ziekenhuizen speciale kampen op maat maken. We polsen nu in ziekenhuizen of er animo is om daaraan mee te doen. Het idee is om kinderen uit een bepaald ziekenhuis in hun eigen omgeving een kamp aan te bieden, begeleid door zorgverleners uit datzelfde ziekenhuis. Met onze expertise op het gebied van de activiteiten en begeleiding van heimwee, groepsvorming en praktische zaken.’

‘Het is heel waardevol voor kinderen die het hard nodig hebben maar niet goed durven, maar die wel meegaan als hun eigen diabetesverpleegkundige meegaat. We moeten ook nog kijken hoe we dat financieel in kunnen richten zodat het voor iedereen haalbaar is om mee te doen, maar we hebben er zin in!’

Houd de Facebookpagina van SugarKids in de gaten voor nieuws over activiteiten en data. En ouders kunnen hun ervaringen met elkaar delen.  Alle DVN-kampen zijn ook toegankelijk voor niet-DVN-leden, maar leden krijgen wel korting.


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen