Humane en dierlijke insuline.jpg

​Dierlijke en humane insuline

Tot het begin van de jaren tachtig was dierlijke insuline de enige vorm waarin insuline verkrijgbaar was. Sindsdien wordt het eiwit insuline gemaakt in het laboratorium en noemen we het humane insuline. Wat zijn de verschillen? En hoe zit het met bijwerkingen?

Bijna honderd jaar geleden was het voor het eerst mogelijk iemand met diabetes type 1 te behandelen met insuline. Sindsdien gebruikten mensen met diabetes insuline van koeien of varkens. Deze insuline lijkt op menselijke insuline, maar is niet precies hetzelfde. Dierlijke insuline was bovendien in het begin nog niet zo zuiver. Beide waren de oorzaak van bijwerkingen.

Hulp van bacteriën

Tegenwoordig kunnen bacteriën (E. coli) genetisch aangepast worden, zodat ze ‘humane’ insuline kunnen maken. De bacterie is te zien als een fabriek die naast zijn eigen producten (ook eiwitten) een ander product maakt: menselijke insuline. Omdat de insuline nu in het laboratorium wordt gemaakt, kun je het ook synthetische insuline noemen.

Humane insuline lijkt precies op insuline die het menselijk lichaam maakt. In de jaren tachtig stapten steeds meer mensen met diabetes over op humane insuline. Later kwamen er meer verschillende soorten humane insuline op de markt.

Voordelen van humane insuline

Vooral nu er verschillende soorten humane insuline zijn, is de behandeling van diabetes een stuk beter geworden. Maar een ander verschil werd al veel eerder duidelijk. Humane insuline geeft minder bijwerkingen. Vroeger had 10 tot 56% van de mensen die insuline gebruikten last van allergische reacties. Insuline van varkens lijkt het meest op die van mensen. Deze insuline gaf dan ook minder bijwerkingen dan die van koeien.

Bijwerkingen insuline zeldzaam

Nu zijn bijwerkingen zeldzaam geworden. In 2005 had nog maar 2,4% van de insulinegebruikers last van allergisch reacties. Het is niet bekend of dit verschilt tussen mensen met diabetes type 1 en type 2. De reactie kan veroorzaakt worden door de insuline zelf of door bijproducten. Die bijproducten worden toegevoegd om insuline langer te kunnen bewaren of langer te laten werken

Heel af en toe komt een allergische reactie dus nog voor. Meestal begint de klachten meestal 1 tot 4 weken nadat je bent begonnen met het gebruik van insuline. Ook als je overstapt op een andere soort insuline kan een allergische reactie optreden.

Op de spuitplek of hele lichaam

Er zijn twee soorten allergische reacties. De eerste treedt op rond de plek waar je spuit. Je kunt dan jeuk, rode plekken, bultjes of andere huidklachten krijgen. Dit verdwijnt meestal weer na een paar maanden. Dat is dus iets anders dan een typische spuitplek, waarbij het gaat om de spuittechniek.

Behalve een reactie op de spuitplek, kan ook hele lichaam reageren. Dat gebeurt soms binnen twintig minuten na het spuiten, soms na een paar uur en soms pas na een dag. De klachten zijn heel divers: hartkloppingen, kortademigheid, flauwvallen of tintelingen of een brandend gevoel in de handen en mond. In heel zeldzame gevallen kun je een ernstige shock krijgen. Dit komt dus bijna nooit voor. Klachten op de spuitplek kunnen wel heel soms verergeren tot klachten in het hele lichaam.

Behandeling van insuline-allergie

Eerst krijg je uitgebreid onderzoek om erachter te komen wat de oorzaak is van de klachten. Daarna zijn verschillende behandelingen mogelijk, zoals:

  • Antihistaminica: medicijnen die de klachten (tijdelijk) verminderen
  • Overstappen op andere insuline
  • Veranderen van spuittechniek (bijvoorbeeld dosis verdelen over meerdere plekken)
  • Overstappen op een insulinepomp
  • Desensibilisatie: intensieve therapie in het ziekenhuis om het lichaam stap voor stap aan insuline te laten wennen.

Alleen de arts kan bekijken wat het beste bij jouw situatie past. Het kan even zoeken zijn voordat je de oplossing hebt gevonden voor een allergische reactie. 

Op de hoogte blijven?

Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn.


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen