insuline spuiten.jpg

Spuitplekken

Veel mensen met diabetes type 1 hebben te maken met spuitplekken. Die plekken worden ook wel lipo’s genoemd. Ze kunnen voorkomen in twee soorten: lipoatrofie en lipohypertrofie. Tips, en hoe je ze voorkomt.

Bij lipoatrofie verdwijnt het vetweefsel en kun je putjes of kuiltjes krijgen. Dit komt gelukkig steeds minder voor, door betere insuline en door gebruik van een pomp.

Harde plekken

Lypohypertrofie is precies het tegenovergestelde van lipoatrofie. Je krijgt dan juist een ophoping van vetweefsel op een plek waar je vaak hebt gespoten. De plekken kunnen dikke, harde bulten worden, soms donker van kleur.

Spuitplekken met rust laten

Spuitplekken zijn lang niet altijd zichtbaar. Soms zijn ze alleen te herkennen door zorgvuldig te voelen. Laat de plekken net zo lang met rust - dus spuit er niet meer in - totdat de plek volledig is verdwenen. Dit kan weken, maanden of zelfs een jaar duren. Ernstige spuitplekken gaan niet vanzelf weg en kunnen alleen operatief worden verwijderd.

Voorkomen is beter

Het is natuurlijk beter om spuitplekken te voorkomen, omdat de insuline op die plek minder goed wordt opgenomen. Daardoor kunnen je bloedsuikers meer gaan schommelen. Lees hier de nieuwste richtlijnen voor goed spuiten. Met de juiste spuittechniek en het afwisselen van de plekken, kun je de kans op spuitplekken een stuk kleiner maken.

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen

Fiasp insuline.jpg

Insulinepennen voor diabetes type 1: steeds smarter

Keuzehulp.jpg

Hulp bij het kiezen van insulinepomp, glucosemeter en diabeteszorg

down20161221-6118-um8imi.jpg

Insulinepen