down20161201-29048-23m4pm.jpg

Insuline

Bij diabetes type 1 maakt je lichaam geen insuline meer aan. Daarom moet je jezelf alle dagen insuline toedienen. Om te weten hoeveel insuline je op dat moment nodig hebt, meet je ook zelf je bloedsuiker. 

Normaal gesproken regelt het lichaam de bloedsuikerspiegel met insuline, een hormoon. Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel (bloedglucose). Het lichaam maakt van bloedsuiker energie om van te leven. Insuline wordt gemaakt in de alvleesklier, een orgaan achter de maag. Vanuit daar komt de insuline in het bloed.

Zo werkt insuline

Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden opgenomen door alle cellen in het lichaam. Aan de buitenkant van elke cel van het lichaam zit een soort uitkijkpost voor insuline. Zodra die insuline ziet langskomen in het bloed, geeft hij een seintje aan de cel. Die doet dan z’n deur open om bloedsuiker binnen te halen.

Eilandjes van Langerhans

De alvleesklier heeft speciale cellen die insuline maken: bètacellen. Ze zitten in groepjes bij elkaar, de eilandjes van Langerhans. Bij diabetes type 1 zijn de bètacellen uitgeschakeld door het afweersysteem. Ze maken geen insuline meer en dat is vervelend, want zonder insuline kan een mens niet leven.

Insuline sinds 1922

Dankzij de ontdekking van een behandeling voor mensen met diabetes type 1. De eerste patiënt die insuline kreeg en overleefde, was de 14-jarige Canadese jongen Leonard Thompson, in 1922. In die tijd kwam de insuline van varkens en runderen, tegenwoordig wordt insuline in het laboratorium gemaakt en zijn er verschillende soorten.

Insuline spuiten of pomp

Je moet bij diabetes type 1 zelf insuline toedienen. Dat kan door insuline spuiten: je injecteert de insuline met een insulinepen. Een andere manier is via een insulinepomp, die continu verbonden is met je lichaam.

Soorten insuline

De verschillende soorten insuline verlagen allemaal de bloedsuikerspiegel, maar in een verschillend tempo. Deze soorten zijn in gebruik: 

  • Superkort/ ultrakort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die je direct vóór de maaltijd of soms meteen erna gebruikt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline begint na 10-20 minuten te werken, en werkt twee tot vijf uur door. Merknamen: Humalog (Eli Lilly), Novorapid (Novo Nordisk), Apidra (Sanofi Aventis).
  • Kortwerkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die je een halfuur tot kwartier vóór de maaltijd gebruikt (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline begint na een halfuur te werken, en werkt werkt zeven tot negen uur door. Merknamen: Humuline Regular (Lilly), Actrapid (Novo), Insuman Rapid (Sanofi), Insuman Infusat (Sanofi).
  • Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die je bijvoorbeeld ’s avonds neemt (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 2-12 uur en werkt daarna nog 24 uur door. Merknamen: Humuline NPH (Lilly), Insulatard (Novo), Insuman Basal (Sanofi).
  • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor een tot meerdere dagen (insuline glargine en detemir). Merknamen: Levemir (Novo), Lantus (Sanofi), Tresiba (Novo), Toujeo (Sanofi).
  • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Je neemt ze meestal twee keer per dag, voor het ontbijt en voor de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine). Merknamen: Humuline (Lilly), Mixtard (Novo), Insuman Comb (Sanofi), Humalog (Lilly), NovoMix (Novo).

In de bijsluiter van insuline staat welke insulinesoort het is.


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen