down20161201-29048-23m4pm.jpg

Insuline

Bij diabetes type 1 maakt je lichaam geen insuline meer aan. Daarom moet je jezelf alle dagen insuline toedienen. Om te weten hoeveel insuline je op dat moment nodig hebt, meet je ook zelf je bloedsuiker. De meeste mensen met diabetes type 1 gebruiken verschillende soorten insuline. De ene soort werkt lang en geleidelijk, de andere geeft een snelle piek.

Normaal gesproken regelt het lichaam de bloedsuikerspiegel met insuline, een hormoon. Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel (bloedglucose). Het lichaam maakt van bloedsuiker energie om van te leven. Insuline wordt gemaakt in de alvleesklier, een orgaan achter de maag. Vanuit daar komt de insuline in het bloed.

Hoe werkt insuline?

Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker kan worden opgenomen door alle cellen in het lichaam. Aan de buitenkant van elke cel van het lichaam zit een soort uitkijkpost voor insuline. Zodra die insuline ziet langskomen in het bloed, geeft hij een seintje aan de cel. Die doet dan z’n deur open om bloedsuiker binnen te halen.

Insuline bij diabetes type 1

De alvleesklier heeft speciale cellen die insuline maken: bètacellen. Ze zitten in groepjes bij elkaar, de eilandjes van Langerhans. Bij diabetes type 1 zijn de bètacellen uitgeschakeld door het afweersysteem. Ze maken geen insuline meer en dat is vervelend, want zonder insuline kan een mens niet leven. Daarom heb je bij diabetes type 1 insuline van buitenaf nodig.

Geschiedenis van insuline bij diabetes type 1

Het is bijna honderd jaar geleden dat voor het eerst insuline werd gebruikt voor de behandeling van diabetes type 1. Rond 1900 was de levensverwachting met diabetes type 1 nog maar 1,3 jaar na de diagnose. Dankzij de komst van insuline steeg dat snel. De eerste insuline was varkens- en runderinsuline. De grootste mijlpalen op een rij:

  • 1921: Insuline wordt ‘ontdekt’, door de Canadees Frederick Banting. De eerste behandelde patiënt leefde nog 13 jaar.
  • 1944: De standaard insuline-injectiespuit wordt ontwikkeld, waarmee een meer gelijke behandeling van diabetes mogelijk werd.
  • Jaren 50: Wetenschappers kennen nu de exacte samenstelling van insuline.
  • 1960: in de Verenigde Staten wordt de eerste insulinepomp gemaakt. Draagbaar, maar nog ontzettend groot.
  • Jaren 60: Insuline kan beter worden gezuiverd (het is nog steeds van dieren afkomstig). Mensen kunnen nu ook thuis met een urinetest hun glucose meten.
  • 1978: Eerste bloedglucosemeters voor thuis.
  • 1983: Eerste synthetische insuline is beschikbaar, mogelijk gemaakt met behulp van DNA-technieken.
  • 1986: De insulinepen komt op de markt. De injectiespuit is niet langer nodig.
  • 2003: Naast kortwerkende en middellangwerkende insuline (die in de jaren vijftig was uitgevonden), komt er ook langwerkende insuline beschikbaar.

Dierlijke en humane insuline

Insuline van koeien en varkens lijkt op menselijke insuline, maar is niet precies hetzelfde. Dierlijke insuline was bovendien in het begin nog niet zo zuiver. Beide waren de oorzaak van bijwerkingen. In die tijd had 10% tot 56% van de mensen die insuline gebruikten last van allergische reacties. Tot de jaren tachtig was dit de gangbare vorm van insuline. Nu hebben we humane insuline.

Hoe wordt humane insuline gemaakt?

Tegenwoordig kunnen bacteriën (E. coli) genetisch aangepast worden, zodat ze ‘humane’ insuline kunnen maken. De bacterie is te zien als een fabriek die naast zijn eigen producten (ook eiwitten) een ander product maakt: menselijke insuline. Omdat de insuline nu in het laboratorium wordt gemaakt, kun je het ook synthetische insuline noemen.

Wat zijn de voordelen van humane insuline?

Vooral nu er verschillende soorten humane insuline zijn, is de behandeling van diabetes een stuk beter geworden. Bijwerkingen zijn zeldzaam geworden. Ook kunnen onderzoekers het humane insuline molecuul op slimme manieren aanpassen zodat het beter werkt.

Welke soorten insuline zijn er?

De verschillende soorten insuline verlagen allemaal de bloedsuikerspiegel, maar in een verschillend tempo. Deze soorten zijn in gebruik:

    Soort insulinegebruik en werkingMerknaam
    Superkort/ ultrakort / snelwerkende insuline (snel-/kortwerkende insulineanaloga)
    Direct vóór de maaltijd of soms meteen erna (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline begint na 10-20 minuten te werken, en werkt 2 tot 5 uur door.
    Humalog (Eli Lilly), Novorapid en Fiasp (Novo Nordisk), Apidra (Sanofi Aventis)
    Kortwerkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline
    Halfuur tot kwartier vóór de maaltijd (actrapid, humuline, insuman rapid). Begint na een halfuur te werken, en werkt 7 tot 9 uur door.
    Humuline Regular (Lilly), Actrapid (Novo), Insuman Rapid (Sanofi), Insuman Infusat (Sanofi)
    Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) 
    Bijvoorbeeld ’s avonds (NPH-insuline). Heeft het maximale effect pas na 2 tot 12 uur en werkt daarna nog 24 uur door.
    Humuline NPH (Lilly), Insulatard (Novo), Insuman Basal (Sanofi)
    Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline)
    Werkt heel geleidelijk voor 1 tot meerdere dagen (insuline glargine en detemir).
    Levemir (Novo), Lantus (Sanofi), Tresiba (Novo), Toujeo (Sanofi)
    Mix-insulines: combinaties van de andere insulinesoorten.
    Meestal 2 keer per dag, voor het ontbijt en voor de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).
    Humuline (Lilly), Mixtard (Novo), Insuman Comb (Sanofi), Humalog (Lilly), NovoMix (Novo)

    Welke insuline heb ik nodig?

    Met je arts of diabetesverpleegkundige bepaal je welke soorten insuline het beste zijn voor jou en hoe vaak en hoeveel eenheden je moet spuiten. Na verloop van tijd kun je zelf de dosering aanpassen aan hoeveel je nodig denkt te hebben. Wil je veranderen van soort insuline? Overleg dan met je arts of verpleegkundige.

    Hoe bewaar ik insuline?

    Bewaar insuline koel, maar vorstvrij, bijvoorbeeld in de koelkast. Liever niet bovenin en niet tegen de achterwand. Als de insuline is aangebroken, bewaar je hem op kamertemperatuur. Gebruik een aangebroken insulinepatroon binnen vier weken. Bewaar insuline altijd buiten direct zonlicht.

    Insuline spuiten of insulinepomp?

    Je moet bij diabetes type 1 zelf insuline toedienen. Dat kan door insuline spuiten: je injecteert de insuline met een insulinepen. Een andere manier is via een insulinepomp, die continu verbonden is met je lichaam.

    Wat zijn spuitplekken?

    Spuitplekken of lipo’s zijn verdikkingen in de onderhuidse vetlaag op de plek waar je insuline injecteert. Spuitplekken leiden tot een slechtere opname van insuline, met schommelende glucosewaarden als gevolg. Ook kun je onverklaarbare hypo’s krijgen. In het dossier Insulinepen vind je tips om spuitplekken te voorkomen.

    Wat is insuline-allergie?

    Insuline geeft nog maar zelden bijwerkingen. In 2005 had 2,4% van de insulinegebruikers last van allergisch reacties. Het is niet bekend of dit verschilt tussen mensen met diabetes type 1 en type 2.

    Een allergische reactie kan veroorzaakt worden door de insuline zelf of door bijproducten. Die bijproducten worden toegevoegd om insuline langer te kunnen bewaren of langer te laten werken.

    Wanneer kun je een allergische reactie op insuline krijgen?

    Heel af en toe komt een allergische reactie op insuline dus nog voor. Meestal begint de klachten 1 tot 4 weken nadat je bent begonnen met het gebruik van insuline. Ook als je overstapt op een andere soort insuline kan een allergische reactie optreden.

    Reactie op de spuitplek of hele lichaam

    Er zijn twee soorten allergische reacties. De eerste treedt op rond de plek waar je spuit. Je kunt dan jeuk, rode plekken, bultjes of andere huidklachten krijgen. Dit verdwijnt meestal weer na een paar maanden. Dat is dus iets anders dan een typische spuitplek, waarbij het gaat om de spuittechniek.

    Behalve een reactie op de spuitplek, kan ook hele lichaam reageren. Dat gebeurt soms binnen twintig minuten na het spuiten, soms na een paar uur en soms pas na een dag. De klachten zijn heel divers: hartkloppingen, kortademigheid, flauwvallen of tintelingen of een brandend gevoel in de handen en mond. In heel zeldzame gevallen kun je een ernstige shock krijgen. Dit komt dus bijna nooit voor. Klachten op de spuitplek kunnen wel heel soms verergeren tot klachten in het hele lichaam.

    Hoe wordt insuline-allergie behandeld?

    Eerst krijg je uitgebreid onderzoek om erachter te komen wat de oorzaak is van de klachten. Daarna zijn verschillende behandelingen mogelijk, zoals:

    • Antihistaminica: medicijnen die de klachten (tijdelijk) verminderen
    • Overstappen op andere insuline
    • Veranderen van spuittechniek (bijvoorbeeld dosis verdelen over meerdere plekken)
    • Overstappen op een insulinepomp
    • Desensibilisatie: intensieve therapie in het ziekenhuis om het lichaam stap voor stap aan insuline te laten wennen.

    Alleen de arts kan bekijken wat het beste bij jouw situatie past. Het kan even zoeken zijn voordat je de oplossing hebt gevonden voor een allergische reactie.

    Wat is de toekomst van insuline?

    De behandeling met insuline is steeds beter geworden de afgelopen honderd jaar. Want de wetenschap van insuline staat nog lang niet stil. De afgelopen decennia zijn er steeds meer verschillende soorten gekomen. In de toekomst kunnen we nieuwe innovaties verwachten. Daar wordt immers hard aan gewerkt door universiteiten en bedrijven wereldwijd.

    Wat voor onderzoek gebeurt er naar insuline?

    Hoe snel kortwerkende insuline ook werkt, het werkt nooit meteen, ook al zou je dat wel graag willen. Wetenschappers zoeken dus naar nieuwe manieren om snelwerkende insuline te maken. Soms helpt het om dan naar de natuur te kijken.

    Sommige zeeslakken verdoven hun prooi met insuline. Deze slakkeninsuline werkt supersnel en is supersterk. Misschien kunnen onderzoekers daaruit leren hoe insuline nog sneller of beter kan werken. Dan kijken we het trucje af van de slak!

    Om nog beter insulines te maken, moet je precies weten hoe insuline aan een cel bindt. Dat proberen onderzoekers heel gedetailleerd in beeld te brengen. In 2018 is dat Australische en Duitse onderzoekers gelukt.

    Wekelijkse insuline komt eraan

    Een andere ontwikkeling is de wekelijkse insuline. Dit is een variant op de langwerkende insuline die in plaats van 1 dag, 1 week lang werkt. Verschillende farmaceuten werken aan deze nieuwe vorm van insuline.

    Onderzoekers passen het insuline in het lab zo aan, dat er een voorraadje insuline aanwezig is in of om de bloedbaan. Deze insuline komt dan in de loop van de week langzaam vrij. Als de insuline op de markt komt, zou dat minder vaak insuline spuiten betekenen.

    Slimme insuline in ontwikkeling

    Stel je voor dat je maar af en toe insuline hoeft te spuiten, bijvoorbeeld eens per maand. Insuline die ongebruikt in je lichaam blijft zitten, en die zelf weet wanneer hij actief moet worden. ‘Slimme’ insuline dus. Onderzoekers werken hard aan de ontwikkeling van slimme insuline, mede gefinancierd door JDRF International.

    Welke manieren zijn al bedacht om insuline slimmer te maken?

    • Een capsule die alleen insuline doorlaat als dat nodig is.
    • Een stof toevoegen die pas loslaat als de bloedsuiker stijgt
    • Rode bloedcellen volplakken met insuline, plus een eiwit. Die pakketjes laten los als glucose die plek inneemt.

    Als insuline echt zo ‘slim’ zal worden, dan zou meten en spuiten helemaal niet meer nodig zijn. Je lichaam past de insuline dan zelf aan. Maar zover is het nog niet. De slimme insuline is op dit moment nog niet klaar voor de markt. Daar is nog meer onderzoek voor nodig.

    Medicijnen als behandeling naast insuline

    Verschillende medicijnen zijn onderzocht als toevoeging naast de behandeling met insuline. Bijvoorbeeld medicijnen voor diabetes type 2. Sommige van die medicijnen helpen ook bij diabetes type 1 om de bloedsuikers te verbeteren. Misschien wordt insuline in de toekomst wel vaker samen met andere medicijnen gebruikt.

    Recentste update van dit artikel: 24-07-2020

    Op de hoogte blijven?

    Ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!


    Gesprekken over dit artikel (2)

    Start gesprek

    Gerelateerde bibliotheekartikelen