down20161221-6118-um8imi.jpg

Insulinepen

Injecteren van insuline doe je met een insulinepen. Een insulinepen lijkt op een dikke vulpen met een insulinevulling en een haarfijn naaldje.

Om insuline te injecteren gebruik je een insulinepen. Dat is een injectiespuit met een heel dun naaldje. Insuline spuit je in vlak onder de huid, in het onderhuidse vet. Dat heet ‘subcutaan’. Het komt dus niet rechtstreeks in het bloed, maar wordt geleidelijk opgenomen.

Waar injecteer je insuline?

De plaats waar je insuline inspuit, is afhankelijk van het soort insuline en of je bijvoorbeeld overgewicht hebt. Kortwerkende insuline werkt het snelst wanneer het onder de buikhuid wordt geïnjecteerd. Maar heb je een buikje, dan kan dat beter in een arm of dijbeen gebeuren.

Wanneer de insuline maar heel geleidelijk zijn werk moet doen, dus bij langwerkende insuline, is het beter om te injecteren in bil of been. Een alternatief voor zelf insuline injecteren is de insulinepomp.

Alternatieven voor insuline spuiten

Mensen die al tientallen jaren diabetes hebben, weten nog dat ze insuline moesten spuiten met een dikke injectiespuit, die ze elke keer moesten uitkoken in een pan. Gelukkig is dat verleden tijd!

Een insulinepen is natuurlijk nog steeds vervelend. Daarom werken onderzoekers hard aan manieren om insuline op andere manieren toe te dienen. Bijvoorbeeld via een pil, of via inhaleren (inademen).


Gesprekken over dit artikel (0)


Start gesprek

Gerelateerde bibliotheekartikelen